Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zeurt.
Zeurt
Voorbeeldzinnen (20)
Ik zeur, jij zeurt, wij zeuren, hij zeurt (of was dat nou met dt)?
Hij zeurt voortdurend dat hij een kleine kamer heeft.
Je zeurt te veel.
Hij zeurt altijd over zijn baan.
Maar ze zeurt alleen een beetje.
Ze zeurt als een geit.
Aan de andere kant betaal je heel weinig belasting en bemoeit de overheid zich vrijwel niet met de burger, niemand zeurt of pappa alleen op zondag het vlees snijdt.
Als je de luxe hebt om te denken dat jouw ellende bij de huidige coalitie ligt dan heb je het niet moeilijk genoeg om in opstand te komen wat eigenlijk inhoud dat je teveel zeurt.
Als je een fris gezicht hebt, maar je zeurt of je zit onderuitgezakt in je stoel, kun je gewoonweg geen frisse indruk maken.
Bij mij is ook zo'n pluizig ding ingetrokken dat de hele dag overal opklimt en om eten zeurt en waarschijnlijk ook nooit meer weg gaat.
Bovendien, als je zeurt over te veel mensen, begin maar bij jezelf.
De autoriteit persoonsgegevens die nog zeurt als u naar de wc gaat.
HAM zeurt over zijn auto na een tikkie bij de start.
Helaas zeurt Anydesk inmiddels al bijna net zo veel en dat zal ook nog wel erger worden.
Henk zeurt over dat er meerdere keren bij hem is ingebroken, maar heeft al jaren geen bewakingscamera's.
In Noord Korea gaan weer miljoenen dood van de honger en jij zeurt over de produktie van voedsel.
Nu kan iedereen die op GS zeurt over vertraagde treinen eens zien hoe verschrikkelijk druk en vol het spoorwegnet is.
Onbegrijpelijk, maar mijn labrador zeurt er nooit over.
Regeren is prioriteiten stellen en dan is er altijd wel weer iemand die zeurt.
Schilder dan een witte vlag op de grond: Ik geef me over aan iedereen die zeurt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl