Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Ziekjes.
Voorbeeldzinnen (20)
Voelt u zich wat ziekjes?
Ik voel me ziekjes.
Dus daar stonden we, beiden wat ziekjes, in een drankwalm tussen de apotheek en het gezondheidscentrum.
Ik had zadelpijn, was ziekjes.
Mensen die van zichzelf al wat ziekjes zijn, kunnen zo zwaar getroffen worden.
Sinds ik een beetje ziekjes ben moet ik nog wel eens overgeven.
Wij -nog wat ziekjes- hielden onze warme kleren aan en volgden mee van op afstand.
De Duitser was al enkele dagen wat ziekjes.
De verdediger was vanmorgen ziekjes.
Normaal gesproken word je dus ook lichtelijk een beetje moe en ziekjes na een vaccinatie.
Tuurlijk was ik niet echt bang, ik was een beetje ziekjes man!
Kom je mee naar diemen zuid, mee naar Diemen zuid, want je ziet er ziekjes uit.
Ollongren is ziekjes thuis.
Ziekjes ogend en trillend schudde ze Bencic de hand.
Het gerucht ging dat hij een beetje ziekjes over de streep was gekomen.
Het arme diertje was vrijwel meteen al ziekjes en stak de beide kinderen van het gezin aan.
Next is GMO klote-zooi uit Oekraine die de mensen zwak & ziekjes maakt en erger.
Erben Wennemars voelde zich de hele dag al ziekjes en eindigde mede daarom slechts als achtste.
Lieder haakte wel eerder af tijdens die sessie, terwijl Swinkels ziekjes was en ontbrak.
Sven Nys verzekerde maandag dat hij start, maar de Belgische kampioen is wel ziekjes en volgt een antibioticakuur.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl