Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zijgen.

Zijgen

Zijgen | Zijgers

Zijgen betekenis

naar beneden zakken, zich laten vallen

Voorbeeldzinnen (12)

Ik hoop dat die GL/PvdA combi helemaal ineen gaat zijgen, ook al nu ze hoofddoek nr 2 op plaats 2 hebben gezet.

Dus kunnen wij zelfgenoegzaam terug zijgen in de luie stoel, gerustgesteld dat we niks hoeven doen of veranderen.

Om over stochastische (on-) afhankelijkheid e.d. en samengestelde kansen nog maar te zijgen.

Op de achterbank hijgen, zijgen, 'm krijgen, tot ze zich in de tuin van Allah voelde opstijgen.

Toch altijd lachen, zo'n gezellige buurman die zonder hoofd nog een paar stappen strompelt alvorens dood ter aarde te zijgen.

Om dan nog maar te zijgen over wie Rusland nou militair loopt te provoceren en de propaganda over Rusland die we geacht worden dagelijks te slikken in sound bytes van twee minuten.

In onmogelijke pirouettes zijgen ze neer als Macbeth over het slagveld vertelt.

Tot voor kort heette het Vivenda, daarvoor was het Newconomy, het participatiefonds van Maurice de Hond dat een poster boy werd van het ineen zijgen van de ‘nieuwe economie’ begin dit millennium.

Zijgen ze eenmaal neer dan komen ze nooit meer overeind.

Bij veertig graden en een kabbelend loungemuziekje zijgen Cristian en ik met een opgesmukte cocktail neer in het hete, mulle zand.

Maar nu verheug ik mij er al op om samen met duizenden te zijgen het aloude Lebuiunslied: O Deventer schone stad, O alles liefste vader wees blij in allre nood!

Zijgen neer op de grond.