Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "ambulance bellen". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.

Ambulance Bellen in een zin

Over dit zinsdeel

Voorbeeldtypes met ambulance bellen

Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:

Laat iemand een ambulance bellen! (5 woorden)

Ik zal een ambulance bellen. (5 woorden)

Zal ik een ambulance bellen? (5 woorden)

Een andere probeerde een lift te krijgen van een vrouw, maar die mocht onder geen beding de politie of een ambulance bellen. (22 woorden)

Mevrouw Hermans dagje achter de kassa zetten van een supermarkt,kun je s’avonds ambulance bellen. (16 woorden)

Een ambulance bellen zou twintig tot dertig minuten langer geduurd hebben, zei hij. (13 woorden)

Zal ik een ambulance bellen? (5 woorden)

Gaat ze met de ambulance bellen? (6 woorden)

Laat iemand een ambulance bellen! (5 woorden)

Sonne, ik ga een ambulance bellen, hoer ! (7 woorden)

Voorbeeldzinnen (13)

Laat iemand een ambulance bellen!

Ik zal een ambulance bellen.

Zal ik een ambulance bellen?

Ik wilde een ambulance bellen, maar het was al te laat.

Maar je moet waarschijnlijk een ambulance bellen.

Sonne, ik ga een ambulance bellen, hoer !

Mevrouw Hermans dagje achter de kassa zetten van een supermarkt,kun je s’avonds ambulance bellen.

Een ambulance bellen "kwam gewoon niet" in hem op.

Ik hou het bij geen ambulance bellen.

Moest ik weer de ambulance bellen.

Gaat ze met de ambulance bellen?

Een andere probeerde een lift te krijgen van een vrouw, maar die mocht onder geen beding de politie of een ambulance bellen.

Een ambulance bellen zou twintig tot dertig minuten langer geduurd hebben, zei hij.