Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "boek gelezen". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.

Boek Gelezen in een zin

Over dit zinsdeel

Voorbeeldtypes met boek gelezen

Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:

Ik heb het boek gelezen. (5 woorden)

Emily heeft dat boek gelezen. (5 woorden)

Tom heeft een boek gelezen. (5 woorden)

Als je dat boek gelezen hebt dan is het vast duidelijk, maar als je het niet gelezen hebt, het betreft een verhaal van twee vrienden die elkaar leren kennen in een klooster, op hun weg naar het goddelijke bewustzijn. (39 woorden)

Er staat me bij dat ik ook ooit een boek gelezen heb over een gestenigde vrouw, dat speelde volgens mij wel in Iran, dat vond ik eengruwelijk boek om te lezen. (31 woorden)

Dante had dit boek gelezen, en beweerde later dat dit boek hem mede geïnspireerd had tot het maken van de film. (21 woorden)

Heb je de laatste tijd nog een interessant boek gelezen? (10 woorden)

Voorbeeldzinnen (20)

Als je dat boek gelezen hebt dan is het vast duidelijk, maar als je het niet gelezen hebt, het betreft een verhaal van twee vrienden die elkaar leren kennen in een klooster, op hun weg naar het goddelijke bewustzijn.

Bijna iedereen heeft dat boek gelezen,veel in dat boek is overigens onzin.

Er staat me bij dat ik ook ooit een boek gelezen heb over een gestenigde vrouw, dat speelde volgens mij wel in Iran, dat vond ik eengruwelijk boek om te lezen.

Dante had dit boek gelezen, en beweerde later dat dit boek hem mede geïnspireerd had tot het maken van de film.

Nadat Steven Spielberg het boek gelezen had, toonde hij een onmiddellijke interesse in de filmrechten van het boek Band of Brothers.

Ik heb dat verhaal in een of ander boek gelezen.

Het kan niet zijn dat hij dit boek gelezen heeft.

Ik heb gisteren het boek gelezen tot pagina tachtig.

Ze heeft de hele nacht dat boek gelezen.

Ik heb het boek gelezen.

Hij vertelde me: „Ik heb gisteren dat boek gelezen”.

Emily heeft dat boek gelezen.

Ik heb een boek gelezen vannacht.

Ik heb het hele boek gelezen.

Heb je de laatste tijd nog een interessant boek gelezen?

Ik herinner me dit boek gelezen te hebben.

Tom heeft in vijf jaar geen boek gelezen.

Ik heb gisteren geen boek gelezen.

Tom heeft een boek gelezen.

Ik heb je boek gelezen.