Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "boston woonde". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Boston Woonde in een zin
Corpusgegevens
- Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
- Gevonden als combinatie bij: woonde
- Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 27
- Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
- Gemiddelde zinslengte: 8.8 woorden
Zinsprofiel
- Plaats van het zinsdeel: 0 begin, 0 midden, 20 einde
- Zinsoorten: 17 stellend, 3 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse
- Het zinsdeel "boston woonde" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal aan het einde. De gemiddelde zin telt 8.8 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
- Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals vroeger in boston woonde, tom in boston woonde, tom, wist en vroeger.
- Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op tom woonde, woonde vroeger, boston aangekomen, tom woonde en woonde vroeger, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.
Voorbeeldtypes met boston woonde
Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:
Ik dacht dat je in Boston woonde. (7 woorden)
Ik dacht dat u in Boston woonde. (7 woorden)
Ik dacht dat Tom in Boston woonde. (7 woorden)
Ik dacht dat je zei dat Tom niet meer in Boston woonde. (12 woorden)
Tom vroeg me waarom ik niet meer in Boston woonde. (10 woorden)
Tom was mijn buurman toen ik in Boston woonde. (9 woorden)
Hoe wist je dat ik vroeger in Boston woonde? (9 woorden)
Hoe wist Tom dat ik vroeger in Boston woonde? (9 woorden)
Wist je niet dat ik vroeger in Boston woonde? (9 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Ik dacht dat je in Boston woonde.
Ik dacht dat u in Boston woonde.
Ik dacht dat Tom in Boston woonde.
Ik had een neef die in Boston woonde.
Tom was mijn buurman toen ik in Boston woonde.
Ik wist niet dat Tom in Boston woonde.
Ik huurde een appartement toen ik in Boston woonde.
Ik dacht dat Tom nog steeds in Boston woonde.
Ik was vergeten dat Tom vroeger in Boston woonde.
Ik heb gehoord dat Tom vroeger in Boston woonde.
Ik wist niet dat Tom nog in Boston woonde.
Hoe wist je dat ik vroeger in Boston woonde?
Hoe wist Tom dat ik vroeger in Boston woonde?
Ik wist niet dat Tom vroeger in Boston woonde.
Ik dacht dat je zei dat Tom niet meer in Boston woonde.
Tom vroeg me waarom ik niet meer in Boston woonde.
Ik weet niet hoeveel jaar Tom in Boston woonde.
Ik wist niet dat je vroeger in Boston woonde.
Ik wist niet dat u vroeger in Boston woonde.
Wist je niet dat ik vroeger in Boston woonde?