Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "boston woonde". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Boston Woonde in een zin
Over dit zinsdeel
- Hoort bij het woord: woonde
Voorbeeldtypes met boston woonde
Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:
Ik dacht dat je in Boston woonde. (7 woorden)
Ik dacht dat u in Boston woonde. (7 woorden)
Ik dacht dat Tom in Boston woonde. (7 woorden)
Ik dacht dat je zei dat Tom niet meer in Boston woonde. (12 woorden)
Tom vroeg me waarom ik niet meer in Boston woonde. (10 woorden)
Tom was mijn buurman toen ik in Boston woonde. (9 woorden)
Hoe wist je dat ik vroeger in Boston woonde? (9 woorden)
Hoe wist Tom dat ik vroeger in Boston woonde? (9 woorden)
Wist je niet dat ik vroeger in Boston woonde? (9 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Ik dacht dat je in Boston woonde.
Ik dacht dat u in Boston woonde.
Ik dacht dat Tom in Boston woonde.
Ik had een neef die in Boston woonde.
Tom was mijn buurman toen ik in Boston woonde.
Ik wist niet dat Tom in Boston woonde.
Ik huurde een appartement toen ik in Boston woonde.
Ik dacht dat Tom nog steeds in Boston woonde.
Ik was vergeten dat Tom vroeger in Boston woonde.
Ik heb gehoord dat Tom vroeger in Boston woonde.
Ik wist niet dat Tom nog in Boston woonde.
Hoe wist je dat ik vroeger in Boston woonde?
Hoe wist Tom dat ik vroeger in Boston woonde?
Ik wist niet dat Tom vroeger in Boston woonde.
Ik dacht dat je zei dat Tom niet meer in Boston woonde.
Tom vroeg me waarom ik niet meer in Boston woonde.
Ik weet niet hoeveel jaar Tom in Boston woonde.
Ik wist niet dat je vroeger in Boston woonde.
Ik wist niet dat u vroeger in Boston woonde.
Wist je niet dat ik vroeger in Boston woonde?