Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "derde vinger". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Derde Vinger in een zin
Over dit zinsdeel
- Hoort bij het woord: vinger
Voorbeeldtypes met derde vinger
Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:
De derde vinger heeft drie kootjes in plaats van vier. (10 woorden)
Het derde middenhandsbeen en de derde vinger zijn het langst, samen zestien centimeter. (13 woorden)
De derde vinger ontbreekt, hoewel het derde middenhandsbeen nog wel langer is dan het eerste. (15 woorden)
De voorlaatste vingerkootjes die de klauwen dragen zijn het langst; het eerste kootje van de eerste vinger is met 76,3 millimeter verreweg het langste element van de hand, vijf keer langer dan het eerste kootje van de derde vinger. (40 woorden)
De duimklauw, het tweede kootje van de eerste vinger, heeft een lengte over de kromme gemeten van zestien centimeter; de klauw van de derde vinger van 155 millimeter maar deze steekt door zijn afplatting toch een stuk verder uit. (39 woorden)
Hoewel er dus een derde vinger was, kan het volgens een studie van Gauthier uit 2007 zijn dat die sterk gereduceerd was en dat het derde en vierde kootje geheel ontbraken. (31 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
In de hand is het derde middenhandsbeen langer dan het tweede middenhandsbeen en is de derde vinger veel langer dan de tweede vinger, zoals bij Scansoriopterygidae gebruikelijk.
Aan zijn drievingerige hand had hij een grote eerste vinger met een forse klauw maar de derde vinger bestond nog maar uit één kootje.
De klauw van de derde vinger is bijna even groot als de klauw van de tweede vinger.
De kleine en dunne derde vinger heeft nog een aardige lengte, 90% van die van de eerste vinger, door een relatief lang eerste en tweede kootje.
De voorlaatste vingerkootjes die de klauwen dragen zijn het langst; het eerste kootje van de eerste vinger is met 76,3 millimeter verreweg het langste element van de hand, vijf keer langer dan het eerste kootje van de derde vinger.
Het eerste kootje van derde vinger heeft twee derden van de lengte van het eerste kootje van de tweede vinger.
De duimklauw, het tweede kootje van de eerste vinger, heeft een lengte over de kromme gemeten van zestien centimeter; de klauw van de derde vinger van 155 millimeter maar deze steekt door zijn afplatting toch een stuk verder uit.
De klauw van de eerste vinger, het tweede kootje daarvan, is zeer robuust en anderhalf maal langer dan de klauw, of vierde kootje, van de derde vinger.
De derde vinger is veel kleiner; vinger vier en vijf zijn volledig gereduceerd en dus afwezig.
Het derde middenhandsbeen en de derde vinger zijn het langst, samen zestien centimeter.
Het derde middenhandsbeen is vergroeid met het tweede en de derde vinger is gereduceerd tot een enkel kootje.
Hoewel er dus een derde vinger was, kan het volgens een studie van Gauthier uit 2007 zijn dat die sterk gereduceerd was en dat het derde en vierde kootje geheel ontbraken.
In de derde vinger hebben het eerste en het tweede kootje respectievelijk 30% en 38% van de lengte van het derde middenhandsbeen.
De derde vinger is verdwenen; een rudimentair derde middenhandsbeen is alles wat ervan over blijft maar dat is wel langer dan het eerste.
De derde vinger ontbreekt, hoewel het derde middenhandsbeen nog wel langer is dan het eerste.
Het tweede en derde middenhandsbeen liggen strak aaneengesloten en Russell betwijfelde of de derde vinger veel bewegingsvrijheid had in relatie tot de rest van de hand.
Bij de tweede en derde vinger zijn de voorlaatste kootjes langer dan de eerste kootjes.
Dat de derde vinger drie kootjes heeft is uniek in de Theropoda: ander soorten hebben er of vier, de oorspronkelijke toestand, of twee of minder.
Dat laatste is vreemd kort want normaal is bij de derde vinger het tweede kootje langer dan het eerste.
De derde vinger heeft drie kootjes in plaats van vier.