Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "geweldig persoon". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Geweldig Persoon in een zin
Over dit zinsdeel
- Hoort bij het woord: geweldig
Voorbeeldtypes met geweldig persoon
Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:
Lincoln is een geweldig persoon. (5 woorden)
Tom is een geweldig persoon. (5 woorden)
Mijn vriendin is een geweldig persoon. (6 woorden)
Dit is dan weer een duidelijke indicatie van het feit dat ze eigenlijk toch geen goeie vrienden waren, en Cicero heeft meer dan eens laten weten dat hij Antonius ook geen geweldig persoon vond (niettemin bleef hij wel op Antonius' onschuld hameren). (42 woorden)
De moeder Theresia der Lage Landen, de gemankeerde Nobelprijswinnaar, De Heilige Moeder en Gods uitverkorene in één geweldig persoon, de minstens vijf panden bezittende, de ultieme fakkeldover, ach, alles te min voor haar. (33 woorden)
Clip Keys zei over Beyoncé: "Zij is een geweldig persoon en ik beschouw haar zeker als vriendin. (17 woorden)
Voorbeeldzinnen (13)
Ozzy Osbourne schrijft dat Hawkins “een geweldig persoon en een geweldig muzikant” was.
Lincoln is een geweldig persoon.
Tom is een geweldig persoon.
Ik heb een relatie met een geweldig persoon.
Mijn vriendin is een geweldig persoon.
Maar ik ken hem niet, misschien is het een geweldig persoon.
De moeder Theresia der Lage Landen, de gemankeerde Nobelprijswinnaar, De Heilige Moeder en Gods uitverkorene in één geweldig persoon, de minstens vijf panden bezittende, de ultieme fakkeldover, ach, alles te min voor haar.
Want je bent niet alleen een geweldige professional, maar ook een geweldig persoon.
Een geweldig persoon”, zegt zijn goede vriend en voormalige zakenpartner Elliott Frieze.
Hij is een geweldig persoon, een geweldige regisseur, acteur en filmmaker.
Volgens zijn neef Robert Guerrero was hij een geweldig persoon.
Clip Keys zei over Beyoncé: "Zij is een geweldig persoon en ik beschouw haar zeker als vriendin.
Dit is dan weer een duidelijke indicatie van het feit dat ze eigenlijk toch geen goeie vrienden waren, en Cicero heeft meer dan eens laten weten dat hij Antonius ook geen geweldig persoon vond (niettemin bleef hij wel op Antonius' onschuld hameren).