Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "leren zwemmen". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.

Leren Zwemmen in een zin

Over dit zinsdeel

Voorbeeldtypes met leren zwemmen

Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:

Ik wil leren zwemmen. (4 woorden)

Jullie kunnen leren zwemmen. (4 woorden)

Jullie konden leren zwemmen. (4 woorden)

In 2015 heeft hij bij Frank Huismans van Tri-Experience geleerd om te zwemmen, gewoon ‘omdat ik graag wilde leren zwemmen, niet omdat ik een triatlon wilde doen’. (28 woorden)

Voor kinderen die niet hebben leren zwemmen, gaat het om het leren van de basisvaardigheden, gekoppeld aan zwemdiploma’s die nodig zijn om zwemveilig te worden. (26 woorden)

Spyro kan helaas niet zwemmen en zal dus verdrinken, wanneer hij in het water terecht komt (in sommige games kan je leren zwemmen). (23 woorden)

Wanneer heb je leren zwemmen? (5 woorden)

Wie heeft je leren zwemmen? (5 woorden)

Wie heeft jou leren zwemmen? (5 woorden)

Voorbeeldzinnen (20)

Vergelijk het met leren zwemmen, zonder ooit iemand te hebben zien zwemmen of uberhaupt weten wat zwemmen is.

In 2015 heeft hij bij Frank Huismans van Tri-Experience geleerd om te zwemmen, gewoon ‘omdat ik graag wilde leren zwemmen, niet omdat ik een triatlon wilde doen’.

Elementai r zwemmen houd in het leren zwemmen.

Elementair zwemmen houd in het leren zwemmen.

Spyro kan helaas niet zwemmen en zal dus verdrinken, wanneer hij in het water terecht komt (in sommige games kan je leren zwemmen).

Voor kinderen die niet hebben leren zwemmen, gaat het om het leren van de basisvaardigheden, gekoppeld aan zwemdiploma’s die nodig zijn om zwemveilig te worden.

Kinderen die moeite hebben gehad met het leren lopen of fietsen, zullen bij het leren zwemmen dezelfde problemen kunnen ondervinden.

Hij heeft mij leren zwemmen.

Ze heeft mij leren zwemmen.

Ik wil leren zwemmen.

Wanneer heb je leren zwemmen?

Jullie kunnen leren zwemmen.

Jullie konden leren zwemmen.

Hij wil leren zwemmen.

Ik heb altijd al willen leren zwemmen.

Je moet leren zwemmen.

Tom heeft afgelopen zomer leren zwemmen.

Iedereen in deze groep heeft op school leren zwemmen.

Wie heeft je leren zwemmen?

Wie heeft jou leren zwemmen?