Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "onderste bladeren". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Onderste Bladeren in een zin
Over dit zinsdeel
- Hoort bij het woord: bladeren
Voorbeeldtypes met onderste bladeren
Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:
De onderste bladeren zijn ruitvormig tot langwerpig. (7 woorden)
De onderste bladeren zijn meestal bochtig tot veerspletig. (8 woorden)
De onderste bladeren zijn min of meer langwerpig. (8 woorden)
Bladeren: De onderste bladeren zijn niet gedeeld, de overige hebben 3 deelblaadjes, die voor het grootste deel weer in 2 of 3 smalle, alleen aan de top ingesneden slippen zijn verdeeld. (31 woorden)
Het verschil met fijn akkerscherm ligt vooral daarin dat de gezaagde slippen van de onderste bladeren veel breder zijn dan die van de bovenste bladeren. (25 woorden)
De bovenste bladeren zijn zittend of kort gesteeld, maar de onderste bladeren zijn langer gesteeld en hebben een hartvormige voet. (20 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Bladeren: De onderste bladeren zijn niet gedeeld, de overige hebben 3 deelblaadjes, die voor het grootste deel weer in 2 of 3 smalle, alleen aan de top ingesneden slippen zijn verdeeld.
De bovenste bladeren zijn zittend of kort gesteeld, maar de onderste bladeren zijn langer gesteeld en hebben een hartvormige voet.
Het verschil met fijn akkerscherm ligt vooral daarin dat de gezaagde slippen van de onderste bladeren veel breder zijn dan die van de bovenste bladeren.
Bij droogte kunnen de bladeren gaan hangen, maar bij te veel water kunnen de onderste bladeren geel worden en afvallen.
De onderste bladeren hebben een lange bladsteel en de bovenste bladeren hebben een korte bladsteel.
De onderste bladeren zijn elliptisch tot omgekeerd eirond-lancetvormig en het bovenste paar bladeren is lijn-lancetvormig.
De onderste bladeren zijn omgekeerd-lancetvormig en gesteeld; de bovenste bladeren zijn driedelig, lancetvormig, ongesteeld en grof gezaagd.
De deelblaadjes van de bovenste bladeren zijn geleidelijk smaller dan die van de onderste bladeren.
Van veel planten zijn de onderste bladeren aangetast, er zijn bruine vlekken op gekomen.
Bij raapzaad zijn de onderste bladeren grasgroen en borstelig behaard.
De bladscheden zijn geelbruin en bij de onderste bladeren ontbreekt de bladschijf.
De onderste bladeren hebben 2 - 6 mm lange, 1 - 3 mm brede, omgekeerd-eironde tot omgekeerd hartvormige blaadjes.
De onderste bladeren hebben aan de bladrand en de middennerf verspreid staande haren.
De onderste bladeren van de wijnstok verkleuren zich geel vanaf de rand, vanaf de rijping.
De onderste bladeren zijn 5-15 mm lang en de bovenste meestal niet langer dan 5 mm.
De onderste bladeren zijn kleiner dan de bovenste, waardoor een kleine bladrozet gevormd wordt.
De onderste bladeren zijn meestal bochtig tot veerspletig.
De onderste bladeren zijn min of meer langwerpig.
De onderste bladeren zijn ongeveer 30 cm breed, gesteeld, hartvormig en ruw gezaagd, de bovenste zijn kleiner en ongesteeld.
De onderste bladeren zijn ruitvormig tot langwerpig.