Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "tom trok". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.

Tom Trok in een zin

Corpusgegevens

  • Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
  • Gevonden als combinatie bij: trok
  • Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 31
  • Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
  • Gemiddelde zinslengte: 7 woorden

Zinsprofiel

  • Plaats van het zinsdeel: 19 begin, 1 midden, 0 einde
  • Zinsoorten: 18 stellend, 2 vragen, 0 uitroepen

Corpusanalyse

  • Het zinsdeel "tom trok" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal aan het begin. De gemiddelde zin telt 7 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
  • Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals tom trok zijn schoenen, tom trok zijn shirt, shirt, foto en schoenen.
  • Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op tom droeg, tom vertelde en tom kocht, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.

Voorbeeldtypes met tom trok

Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:

Tom trok zijn shirt uit. (5 woorden)

Tom trok zijn zwemkleding aan. (5 woorden)

Tom trok zijn hemd uit. (5 woorden)

Tom trok een oude schoenendoos uit zijn kast en maakte hem open. (12 woorden)

Tom trok zijn schoenen en sokken uit en rolde zijn broekspijpen op. (12 woorden)

Tom trok zijn kleren uit en deed de pyjama aan. (10 woorden)

Tom trok meer dan één foto, nietwaar? (7 woorden)

Tom trok toch meer dan één foto? (7 woorden)

Voorbeeldzinnen (20)

Tom trok zijn shirt uit.

Tom trok zijn zwemkleding aan.

Tom trok meer dan één foto, nietwaar?

Tom trok toch meer dan één foto?

Tom trok zijn hemd uit.

Tom trok een oude schoenendoos uit zijn kast en maakte hem open.

Tom trok zijn nieuwe schoenen aan.

Tom trok zijn wapen en schoot.

Advertentie

Tom trok zijn shirt over zijn hoofd.

Tom trok zijn kleren uit en deed de pyjama aan.

Tom trok in bij zijn vriendin.

Een foto op het bureau van Tom trok mijn aandacht.

Tom trok zijn spijkerbroek en T-shirt aan.

Tom trok een raar gezicht.

Tom trok zijn schoenen uit.

Tom trok zijn T-shirt over zijn hoofd.

Tom trok zijn schoenen en sokken uit en rolde zijn broekspijpen op.

Tom trok zijn overhemd uit.

Tom trok aan mijn haar.

Tom trok een mes tevoorschijn.

Advertentie