Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "verkoopt groenten". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Verkoopt Groenten in een zin
Over dit zinsdeel
- Hoort bij het woord: verkoopt
Voorbeeldtypes met verkoopt groenten
Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:
Ze verkoopt groenten. (3 woorden)
Hij verkoopt groenten. (3 woorden)
Tom verkoopt groenten. (3 woorden)
Haar moeder verkoopt groenten op de markt en kon geld opzijleggen voor de computer die nodig was voor een onderwijsstudie in deeltijd. (22 woorden)
Een marktkoopman uit de 17e eeuw verkoopt groenten voor hedendaagse prijzen. (11 woorden)
Tom verkoopt groenten en fruit. (5 woorden)
Voorbeeldzinnen (8)
De winkel verkoopt groenten.
Ze verkoopt groenten.
Hij verkoopt groenten.
Tom verkoopt groenten.
Deze winkel verkoopt groenten.
Tom verkoopt groenten en fruit.
Haar moeder verkoopt groenten op de markt en kon geld opzijleggen voor de computer die nodig was voor een onderwijsstudie in deeltijd.
Een marktkoopman uit de 17e eeuw verkoopt groenten voor hedendaagse prijzen.