Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "vraag beantwoorden". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.

Vraag Beantwoorden in een zin

Over dit zinsdeel

Voorbeeldtypes met vraag beantwoorden

Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:

Kan iemand mijn vraag beantwoorden? (5 woorden)

Alleen gij kunt de vraag beantwoorden. (6 woorden)

Misschien kan zij de vraag beantwoorden. (6 woorden)

Vraag op elke kaart die verband houdt met het thema; wie een kaart heeft gevraagd moet eerst de vraag beantwoorden; bij foute beantwoording, wordt de kaart niet afgegeven en moet degene die de fout heeft gemaakt één van zijn kaarten laten trekken. (42 woorden)

Journalisten die de beperkte vraag stellen of ‘het kan’, en juristen die deze vraag beantwoorden, gaan allemaal mee in de bullshit die in toenemende mate de toon zet in het politieke en maatschappelijke debat. (34 woorden)

Per aflevering moesten elk halfuur (kwart over en kwart voor het hele uur) in totaal vier kandidaten, waaronder veel huisvrouwen, een vraag naar keuze over muziek, de actualiteit of een algemene vraag beantwoorden. (33 woorden)

Een vraag met een vraag beantwoorden is niet netjes Jan, dat weet je toch? (14 woorden)

Kan iemand mijn vraag beantwoorden? (5 woorden)

De vraag stellen is de vraag beantwoorden Mammeloe! (8 woorden)

Voorbeeldzinnen (20)

Die laatste vraag beantwoorden is de eerste vraag beantwoorden.

Retorische vraag dus want deze vraag stellen is de vraag beantwoorden.

De vraag stellen is de vraag beantwoorden, dus ja.

Of is de vraag stellen de vraag beantwoorden.

Dat is de vraag herformuleren naar wens en dan je eigen vraag beantwoorden.

Per aflevering moesten elk halfuur (kwart over en kwart voor het hele uur) in totaal vier kandidaten een vraag naar keuze over muziek, de actualiteit of een algemene vraag beantwoorden.

De vraag stellen is de vraag beantwoorden Mammeloe!

Een vraag met een vraag beantwoorden is niet netjes Jan, dat weet je toch?

En voor de rest is het gebakken lucht en een vraag met een vraag beantwoorden.

Ja Koter, de vraag stellen is de vraag beantwoorden.

De vraag stellen is de vraag beantwoorden.

Journalisten die de beperkte vraag stellen of ‘het kan’, en juristen die deze vraag beantwoorden, gaan allemaal mee in de bullshit die in toenemende mate de toon zet in het politieke en maatschappelijke debat.

Vraag op elke kaart die verband houdt met het thema; wie een kaart heeft gevraagd moet eerst de vraag beantwoorden; bij foute beantwoording, wordt de kaart niet afgegeven en moet degene die de fout heeft gemaakt één van zijn kaarten laten trekken.

Per aflevering moesten elk halfuur (kwart over en kwart voor het hele uur) in totaal vier kandidaten, waaronder veel huisvrouwen, een vraag naar keuze over muziek, de actualiteit of een algemene vraag beantwoorden.

Alleen gij kunt de vraag beantwoorden.

Kan iemand mijn vraag beantwoorden?

Misschien kan zij de vraag beantwoorden.

Geen enkele student kon de vraag beantwoorden.

Ik wil eerst de laatste vraag beantwoorden.

Elke student kan die vraag beantwoorden.