Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "wil trouwen". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Wil Trouwen in een zin
Over dit zinsdeel
- Hoort bij het woord: trouwen
Voorbeeldtypes met wil trouwen
Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:
Ik wil trouwen en kinderen hebben. (6 woorden)
Ik wil trouwen, alleen niet met jou. (7 woorden)
Tom zei dat hij met me wil trouwen. (8 woorden)
Datum: 2011-10-27 ik wil ook een kaarsje branden voor mijn grote ware liefde waar ik dol graag mee wil trouwen en hoop dat het werkelijk heid mag worden. (30 woorden)
Ze wordt gedwongen te trouwen met een man waar ze niet mee wil trouwen en daarom zoekt ze de man waar ze wel mee wil trouwen. (26 woorden)
Nieke wil het uitmaken, dat een huwelijk niet meer hoeft maar Frans zegt dat hij met Nieke wil trouwen en zo wil Nieke hem terug. (25 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Ze wordt gedwongen te trouwen met een man waar ze niet mee wil trouwen en daarom zoekt ze de man waar ze wel mee wil trouwen.
Omdat hij niet met haar wil trouwen, haalt hij haar over om met zijn jongere broer te trouwen.
Tja, als je wil trouwen moet je ook iemand hebben die je kan trouwen.
Nieke wil het uitmaken, dat een huwelijk niet meer hoeft maar Frans zegt dat hij met Nieke wil trouwen en zo wil Nieke hem terug.
Zeg dat ik om zes uur met haar wil trouwen, als ze me nog wil.
Het is niet omdat je iemand wil meevragen op een weekend naar de Ardennen dat je ermee wil trouwen.
Ik heb ook wel een belangstelling voor een vrouw maar wil nog niet zeggen dat ik met r wil trouwen.
Alberto zegt dat hij met Alice wil trouwen, maar Alice wil dat niet, omdat ze verliefd is op Tonio.
Op een dag vraagt Jacob of Jørgen met hem wil trouwen en dat wil hij.
Datum: 2011-10-27 ik wil ook een kaarsje branden voor mijn grote ware liefde waar ik dol graag mee wil trouwen en hoop dat het werkelijk heid mag worden.
Na afloop fluistert Babylas Choufleuri in het oor dat hij met Ernestine wil trouwen en een toelage wil hebben, anders zal hij alles bekendmaken.
Ik wil trouwen met een vrouw die van videospelletjes houdt.
Ik wil trouwen en kinderen hebben.
Ik ben heel zeker dat ik niet met je wil trouwen.
Tom zei dat hij met me wil trouwen.
Ik wil trouwen, alleen niet met jou.
De man met wie ze wil trouwen, is ruimtevaarder.
Als ze wil trouwen met een knappe, rijke kerel, moet ze dat zelf weten.
Jij kwam gewoon niet opdagen omdat je niet wil trouwen.
Ik heb een vriendin waarmee ik wil trouwen.