Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "zelfstandig naamwoord". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Zelfstandig Naamwoord in een zin
Corpusgegevens
- Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
- Gevonden als combinatie bij: zelfstandig
- Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 13
- Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
- Gemiddelde zinslengte: 24.5 woorden
Zinsprofiel
- Plaats van het zinsdeel: 4 begin, 9 midden, 7 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse
- Het zinsdeel "zelfstandig naamwoord" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal in het midden. De gemiddelde zin telt 24.5 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
- Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals achter het zelfstandig naamwoord, als een zelfstandig naamwoord afgeleid van, bijvoeglijk, verbogen en meervoud.
- Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op zelfstandig ondernemer en zelfstandig ondernemer, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.
Voorbeeldtypes met zelfstandig naamwoord
Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:
Het bijvoeglijk naamwoord komt achter het zelfstandig naamwoord. (8 woorden)
Céilí als een zelfstandig naamwoord verschilt van het bijvoeglijk naamwoord céilí. (11 woorden)
Het zelfstandig naamwoord Politicus en het bijvoeglijk naamwoord eerlijkheid zijn een oximoron. (12 woorden)
Wanneer je te maken hebt met een zelfstandig naamwoord waarvoor je een lidwoord wilt plaatsen, moet je eerst weten of het betreffende zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk te noemen is en verder of het een enkelvoud of meervoud betreft. (39 woorden)
Hij moet er staan en hij maakt ons ook duidelijk bij welk woord hij hoort; maar dat wisten we toch al. De zinsbouw maakt het ons immers duidelijk: het bijvoeglijk naamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord waarbij het hoort. (39 woorden)
Het verschil tussen de zinnen ligt er dan aan of er een bijwoord in de zin staat (niet verbogen, geeft informatie over een bijvoeglijk naamwoord) of een bijvoeglijk naamwoord (kan verbogen zijn, geeft informatie over een zelfstandig naamwoord). (38 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Een bijvoeglijk naamwoord wordt in het Nederlands altijd vóór het naamwoord waar het betrekking op heeft (meestal een zelfstandig naamwoord of eigennaam) geplaatst.
Als een zelfstandig naamwoord nu wordt voorafgegaan door een bijvoeglijk naamwoord, dan wordt dat bijvoeglijk naamwoord in een aantal gevallen verbogen: er komt een -e achter.
Het verschil tussen de zinnen ligt er dan aan of er een bijwoord in de zin staat (niet verbogen, geeft informatie over een bijvoeglijk naamwoord) of een bijvoeglijk naamwoord (kan verbogen zijn, geeft informatie over een zelfstandig naamwoord).
Wanneer je te maken hebt met een zelfstandig naamwoord waarvoor je een lidwoord wilt plaatsen, moet je eerst weten of het betreffende zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk te noemen is en verder of het een enkelvoud of meervoud betreft.
Het zelfstandig naamwoord (hieronder in groen aangegeven) verandert niet bij wijziging van het geslacht. : Het zelfstandig naamwoord verandert niet bij gebruik van het meervoud.
We moeten van de cultuur van het bijvoeglijk naamwoord overgaan naar de cultuur van het zelfstandig naamwoord: ieder van ons is een persoon, een mens, van gelijke waarde.
Céilí als een zelfstandig naamwoord verschilt van het bijvoeglijk naamwoord céilí.
Het bijvoeglijk naamwoord komt achter het zelfstandig naamwoord.
Het woord "bahai" wordt gebruikt als een bijvoeglijk naamwoord dat verwijst naar het bahai-geloof of als zelfstandig naamwoord voor een volgeling van Bahá'u'lláh.
In een aantal talen worden namen vervoegd als een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord.
Zo kan plastic tas worden geanalyseerd als een woordgroep bestaande uit een onverbogen stoffelijk bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord (zoals gouden ring), maar ook als een enkel woord (zoals schooltas).
Het bestaat uit het bijvoeglijk naamwoord, of meer de bijvoeglijke bijzin, 'government issue’ (door de regering uitgereikt), plus 'Joe’, een eigennaam die hier verandert in een zelfstandig naamwoord.
In het eerste voorbeeld is 'intelligent' een bijvoeglijk naamwoord, in het tweede voorbeeld is 'intelligentie' een zelfstandig naamwoord.
Verder bepalen geslacht (mannelijk en vrouwelijk) en getal (enkelvoud en meervoud) van het zelfstandig naamwoord in het Hindi de uitgang van het bijbehorende bijvoeglijke naamwoord en in veel gevallen ook van het vervoegde werkwoord.
Het zelfstandig naamwoord Politicus en het bijvoeglijk naamwoord eerlijkheid zijn een oximoron.
Hij moet er staan en hij maakt ons ook duidelijk bij welk woord hij hoort; maar dat wisten we toch al. De zinsbouw maakt het ons immers duidelijk: het bijvoeglijk naamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord waarbij het hoort.
Homofiel is zowel een bijvoeglijk naamwoord als een zelfstandig naamwoord, afgeleid van homofilie.
In de Griekse en Latijnse taal wordt met een hyperbaton meestal het uit elkaar plaatsen van een zelfstandig naamwoord en een bijbehorend bijvoeglijk naamwoord bedoeld.
Dit voltooid deelwoord slaat dan als een bijvoeglijk naamwoord op het bijbehorende zelfstandig naamwoord: :Puella vocata redit :Het geroepen meisje keert terug.
Militant is zowel een bijvoeglijk naamwoord dat "strijdlustig" of "strijdend" betekent als een zelfstandig naamwoord waarvan de betekenis uiteen kan lopen van " terrorist " via " politiek activist " tot aan "beroepsmatig vrijwilliger ".