Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zintuiglijkheid.

Zintuiglijkheid

Zintuiglijkheid | Zintuiglijk

Zintuiglijkheid betekenis

de mate waarin iets de zintuigen prikkelt

Voorbeeldzinnen (11)

Rond 1870 had Whistler besloten minder narratief te gaan schilderen, hij voer ’s nachts met een boot op de Thames om flarden van de Londense duisternis te verzamelen; geen gebeurtenissen of verhalen, maar de zintuiglijkheid van de nacht.

Hier kwamen thema’s als spiritualisme, zintuiglijkheid en vergankelijkheid aan bod.

Ik denk dat deze verdringing van de zintuiglijkheid voor veel ellende zorgt in de wereld.

De ethische vragen die Otten opwerpt zijn niet in een pasklare moraal gegoten, maar ik mis toch de onbenoembare ritselende innerlijke bewegingen, de zintuiglijkheid die niet verklaard, alleen opgeroepen kan worden.

Hij wilde een hogere vorm van wetenschap bevorderen, waarin ook emoties en zintuiglijkheid hun aandeel zouden hebben.

Met het esthetische dit heeft dat weinig van doen, omdat de zintuiglijkheid daarvan zich strikt in het hier en nu afspeelt.

Moeyaert fileert het onontkoombaar precies en met een zintuiglijkheid die je neus vult met de geur van kots, zweet en mislukking.

Ze moeten als het ware naar buiten worden gedreven, de werkelijkheid in, opdat we ze in hun zintuiglijkheid terugzien – en ontdekken dat ze wederom méér te betekenen hebben gekregen.

De volle zintuiglijkheid waarmee de jungle wordt opgeroepen werkt benevelend.

Met zowel de zintuiglijkheid ervaring van het buiten zijn, als ook het bewust oproepen van herinneringen bij het plukken van kruiden.

Hier stelt hij dat een goede analyse van het manifeste beeld van onze zintuiglijkheid nodig is.