Voorbeeldzinnen (20)
Ze zochten elkaar niet op om samen aan het strand olijven te gaan eten, ze zochten elkaar op om samen de ingesneeuwde buurvrouw uit te graven.
Dorpsbewoners zochten, zonder succes, met talrijke boten zochten naar hem.
Zo zijn de kloosters ontstaan en de volgelingen die leiding zochten en verlichting zochten van het aardse lijden zelf.
Deze zochten op bevel van het orakel eenen drieoogigen aanvoerder, en daar nu Oxylos en zijnen muilezel tesamen drie oogen hadden, geloofden zij gevonden te hebben, wat zij zochten.
Dat was hun wijze van handelen geweest zolang zij een volk geweest waren, getuige de verzoekingen in de woestijn. - Zij zochten, maar zij zochten niet op de rechte wijze; niet in de weg der vernedering, niet in de ingestelde, aangewezen weg.
Ze zochten allemaal naar het vermiste kind.
Ze zochten allen naar het vermiste kind.
We zochten een eerlijk mens voor dit werk.
Terwijl we spraken, zochten onze handen elkaar.
Ze zochten Toms hulp.
De kippen zochten naar voer.
We hebben gevonden wat we zochten.
Wat we zochten, hebben we gevonden.
Aan het einde van hun studie zochten ze een baan.
Ik wist niet dat jullie me zochten.
Waar zochten ze naar?
We zochten niemand.
We zochten iemand.
Vijftig deelnemers aan de marathon zochten medische hulp.
We zochten beschutting onder een boom.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl