Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Zoenen.

Zoenen

Zoenen | Zoen | Zoenende | Zoende | Zoenend | Zoenden | Zoener

Zoenen betekenis

met de mond liefkozen

Synoniemen van Zoenen

Voorbeeldzinnen (20)

Sommige collega's zoenen graag, terwijl anderen deze drie zoenen liever vermijden.

Onno Hoes vindt zoenen in openbaar niet slim Onno Hoes vindt zoenen in openbaar niet slimOnno Hoes en Albert Verlinde.

Iemand op zijn lippen zoenen, verschilt nouwelijks met iemands lichaam zoenen.

Nadat iedereen �Zoenen!, zoenen!, zoenen!

Zou ze nu echt de jongen gaan zoenen waar ze al zo lang van droomde dat ze hem zou zoenen, hier bij haar thuis, voor haar eigen haard, op haar eigen bank?

Bijvoorbeeld: Gerrit wil Marie zoenen, Marie wil net haar kunstgebit uitnemen en schoonmaken en heeft dus geen tijd om te zoenen.

Ik wil je zoenen.

Laat ons zoenen.

Ze zijn nog steeds aan het zoenen.

Denk je dat Tom Maria Johan zag zoenen?

Ze stonden te zoenen op de hoek van de straat.

Tom kan niet goed zoenen.

Ik wist dat je Tom zou zoenen.

Zoenen kan het virus verspreiden.

Ze zijn aan het zoenen.

Zij zijn aan het zoenen.

Kan je hiv krijgen van zoenen?

Ze begonnen hartstochtelijk te zoenen.

Tom kan goed zoenen.

Ik wil Tom zoenen.