Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Zoetigheid.

Zoetigheid

Zoetigheid | Zoetig | Zoetigs | Zoetigheidje

Zoetigheid betekenis

etenswaar met een zoete smaak

Synoniemen van Zoetigheid

Voorbeeldzinnen (20)

Er was een verscheidenheid aan zoetigheid.

Over het algemeen houden kinderen van zoetigheid.

Als het om zoetigheid gaat, kan ik mij echt niet inhouden.

Ik werk zelf liever met zoetigheid.

Als u het verbiedt, maakt u de relatie met zoetigheid te gespannen.

Arbeiders die in de negentiende eeuw in Frankrijk bijvoorbeeld van het platteland naar de grote stad trokken, vonden zoetigheid niet lekker.

Daarbij onder meer siroop uit Poperinge, een zoetigheid uit Wulvergem, gelei uit Zonnebeke en Ieper en een biologisch varkensbedrijf uit Poperinge.

Dit soort zoetigheid bewaren ze voor speciale gelegenheden.

Hij riep de marktmeester erbij en vroeg of die ene goede bestemming wist voor al die zoetigheid.

Hoornaars komen namelijk niet af op zoetigheid en eten.

Iedereen is gek op zoetigheid.

Kinderen krijgen daar cadeaus en zoetigheid, vergelijkbaar met Sinterklaas bij ons.

Ten eerste zul je waarschijnlijk dagdromen over zoetigheid.

Want er staat niet alleen zoetigheid op de kaart maar ook soep en tosti’s.

Culinair journalist Janneke Vreugdenhil is dol op zoetigheid.

Dat zijn de wespen die de terrassen afspeuren naar zoetigheid.

De zoetigheid hoeven ze dus niet elders te zoeken.

En dan werd het blik met zoetigheid tevoorschijn gehaald.

En wie de zoetigheid koopt, kiest vaker voor het huismerk van de winkel.

Het aanbod aan producten is zeer uiteenlopend, van religieuze boeken en kleren over olijven en paaseieren tot de zoetigheid Turkish Delight.