Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zonderlingen.

Zonderlingen

Zonderlingen | Zonderling

Voorbeeldzinnen (20)

De kieslijst van de was een heerlijk allegaartje van paradijsvogels en zonderlingen: Rob Scholte stond broederlijk naast Peter Klashorst op de lijst, waarop zich ook de namen van Maarten van der Ploeg, Peter Giele en Ad De Jong bevinden.

Deze humbug is opgedrongen door die verschrikkelijke liberaal progressieve zonderlingen van het Europese Hof.

Dat is eigenlijk nog wel het grootste probleem, "we" kunnen helemaal niks meer behalve dan een paar zonderlingen in een boerenschuur en hordes polen die nog wél wat kunnen behalve excelsheetjes mailen.

De protesten tegen het razendsnelle nieuwe internet trekken talloze zonderlingen aan, maar zijn meer dan alleen een vergaarbak van gekken.

Mensen horen bij en identificeren zich met groepen, behalve zonderlingen in een hutje op de hei.

Ook zijn er enkele zogenaamde zonderlingen bekend.

Zijn verhalen hadden zonderlingen als hoofdpersonage, vereenzaamde of vervreemde figuren die de façade van de samenleving overeindhouden, maar er tegelijk de nutteloosheid van inzien.

Een door demonen uit een mysterieus Rotterdams verleden gekwelde zwarte inspecteur die smalend ‘het donkertje’ wordt genoemd en op de enthousiaste tegenwerking kan rekenen van de lokale bevolking, die blijkbaar enkel uit zonderlingen bestaat.

Terwijl men net doet alsof het een marginaal stelletje zonderlingen zijn.

Geen aandacht geven die zonderlingen.

Mensen met normaal verstand zouden nooit zoiets beslissen maar Brussel is natuurlijk vol met wereldvreemde zonderlingen die de arbeiders binnenstebuiten keren om anderen in de watten te leggen.

Voor al deze zonderlingen had de dichter een groot zwak.

De vertaling van zijn pseudoniem spoort met de antiburgerlijke en harde toon waarmee hij het leven van arbeiders, zwervers en zonderlingen in het Rusland voor de Oktoberrevolutie van 1917 tekende.

Enkele zonderlingen gaan voor de Lexus.

Elke buurt had zijn eigen zonderlingen, behoeftigen, geestelijken, geleerden, vechtersbazen, weduwen, klusjesmannen, bestuurders, sjacheraars, bemoeiallen.

Met uitzondering natuurlijk van die zonderlingen hier met hun oogkleppen op.

Chinezen kregen de reputatie van aartsgluiperds, corruptelingen, achterlijke zonderlingen en onbegrijpelijke wezens, die gezamenlijk het Gele Gevaar vormden.

De mens is het sleutelwoord van het programma, met bijzondere aandacht voor zonderlingen in de fotografie, zoals Gerard Fieret en Helena van der Kraan.

Van het tweedelige Geheim van Ossenisse blijven toch het meest de portretten van de 'zonderlingen' bij.

Dat het leven een feest is, is pech voor zonderlingen die niet van feesten houden, zoals cabaretier Kees Torn.