Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zongen.

Zongen

Zongen | Zong | Zònger

Voorbeeldzinnen (20)

Artiesten John West en Lange Frans zongen in het NH-hotel bij Schiphol de wereldkampioenen toe met hun lijflied dat de speelsters bij elke wedstrijd op het WK zongen in de kleedkamer: ’Lekker ding’.

De band was bezig een groep van vijf nummers af te ronden, waarvan er een alleen uit Shinoda's rapvocalen bestond, er twee waren waarop zowel Bennington als Shinoda zongen, er een was met alleen Bennington en de laatste waarop beiden om de beurten zongen.

Ze zongen over problemen in Zuid-Korea waar andere artiesten veelal niet over zongen en kregen mede hierdoor veel populariteit.

Zoals de ouden zongen, piepen de jongen.

Zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen.

Vogels zongen in het bos.

John speelde gitaar en zijn vrienden zongen.

We zongen samen de Esperanto-hymne.

We zongen met luide stem.

Tom en zijn vrienden zaten rondom het kampvuur en zongen liedjes.

Ze zongen de hele nacht.

De vogels zongen in de bomen.

Ze zongen graag liedjes.

De vogels zongen.

Tom en Mary zongen niet.

Tom en Mary zongen.

Ze zongen juist.

Tom en Maria zongen samen kerstliederen.

We zongen kerstliedjes in de auto tot aan het huis van Tom.

Vogels zongen in de hemel.