Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zonneschijn.

Zonneschijn

Zonneschijn betekenis

het licht dat van de zon afkomstig is

Voorbeeldzinnen (20)

Na regen komt zonneschijn.

Een maaltijd zonder wijn is als een dag zonder zonneschijn.

Goedemorgen mijn zonneschijn.

Er is het hele jaar door veel zonneschijn.

In Attica zal zonneschijn gedurende de hele dag de overhand hebben.

Tijd, zonneschijn en regen, en voila !

En we gaan tien miles doen, regen of zonneschijn.

Begrijp me niet verkeerd, zonneschijn.

De enige die je ziet lopen ben ik, op zonneschijn, als ik deze clown heb verslagen.

Dat is een lach van zonneschijn.

Al is er zaterdag overdag ook af en toe wat zonneschijn.

Dan kregen we te maken met uitzonderlijke hoeveelheden zonneschijn en een pak bloedhete dagen.

De ochtend begint fris, maar er is al flink wat zonneschijn.

Dinsdag is er meer kans op zonneschijn.

En wanneer kunnen we eindelijk zonneschijn verwachten?

Er is "niet alleen maar zonneschijn" merkt Kaag op.

Grote zwarte 'kraters' of wat dan ook waar geen zonneschijn uit leek te komen.

Het 62 jaar oude dagrecord (17,5 graden) sneuvelde niet, maar na een vrieskoude ochtend laafde Antwerpen zich dinsdagnamiddag aan de overvloedige zonneschijn en een prinsheerlijke 13 graden.

Het midden van Nederland maakt kans op wat zonneschijn.

Ik wil graag met zonder jasop het terrasFlaneren in de lentezonof minstens op het balkonMaar al de winter draalt en het voorjaar faalt Dan hoort de zon mijn roepligt het strand onder de stoepEn blijkt wijn in water opgeloste zonneschijn.