Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zuinig.

Zuinig betekenis

voorzichtig met het uitgeven van geld of andere kostbare zaken | terughoudend, weifelend of licht teleurgesteld/sip | weinig energie verbruikend

Voorbeeldzinnen (20)

Zuinig zuinig zuinig zijn en dan een verhoging op je energienota zien.

Ik rij Honda CRV hybrid e HEV 2023 Zeer zuinig gemiddelde 1 op 20 indrukwekkend zo zuinig.

Ben zuinig, uiterst zuinig op het toevallige succes en probeer een beetje te snappen waar het 'm nou in zit.

Die twin airs rijden niet zo zuinig als belooft, maar kunnen wel redelijk zuinig.

Los van de AMOLED (minder zuinig bij browsen) vs LCD (minder zuinig bij video) discussie.

Label A is zuinig en label G is niet zuinig.

Als een waterkoker een laag vermogen heeft, betekent dat niet dat hij zuinig is, alleen dat het langer duurt voor je theewater kookt.

Hij is erg zuinig, maar niet gierig.

Wees alstublieft zuinig met water.

Tom is zuinig.

Als je zuinig bent, zul je aan het eind van de maand wat geld overhouden.

Zuinig maar niet gierig!

Zij hebben altijd bijzonder zuinig geleefd.

Ze zijn zuinig op hun bezit.

Ik moet wel zuinig aan doen.

We moeten er zuinig mee zijn, anders is het op.

Achter het gemeentehuis was de vrijmarkt nog lang bezig en werd door ouders ook fris verkocht; helft van de prijs en dan blik ipv zo’n zuinig gevuld plastic bekertje.

Alleen de damesschoenenindustrie, daar moeten we zuinig op zijn.

Al leerde ik dat je extra zuinig moet zijn op spullen van een ander.

Begin 1953 riep hij zijn volk echter op om zuinig aan te doen.