Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zweeg.
Voorbeeldzinnen (20)
Ik wist niet wat te zeggen, en zweeg.
Hij keek mij star aan en zweeg.
Hij zweeg de hele tijd.
De jongen zweeg.
Hij zweeg tijdens de vergadering.
Zonder te weten wat ik moest doen, bleef ik daar staan en zweeg.
Hij wist niet wat te zeggen, en dus zweeg hij.
Iedereen zweeg terwijl de leraar de resultaten van het examen aankondigde.
Waarom zweeg je?
Waarom zweeg u?
Ik zweeg gewoon.
De oude man mompelde iets onverstaanbaars en zweeg.
Tom zweeg, maar Mary niet.
Hij zweeg als een graf.
Als er gasten waren, kon de kluizenaar soms iets van zijn gedichten voordragen of iets zeggen over de vergankelijkheid van het leven, maar meestal werd van hem verwacht dat hij zweeg.
Dat Fox daarvoor nu moet bloeden, kregen de kijkers niet via hun eigen zender mee: die zweeg de schikking nagenoeg dood.
De een was tegen de oorlog en de ander zweeg.
Híj, de toneeldocent, zegt: ‘Je zag er wel schoon uit, toen je zweeg.
Hoewel de 21-jarige verdachte de afgelopen maanden zweeg, vertelde hij dinsdag in de rechtbank hoe hij de aanslagen heeft gepleegd.
Iedereen zweeg tijdens het proces.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl