Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zwieren.

Zwieren

Zwieren betekenis

opvallend heen en weer bewegen | op opvallende wijze zich heen en weer bewegend ergens heen gaan

Voorbeeldzinnen (20)

Ik weet zeker dat ik voor David niet meer dan een gimmick was en hij probeerde me er op een bepaald moment ook uit te zwieren.

Mary-Ann Van Lent mocht op 3 februari de deuren van haar café open zwieren, tot groot genoegen van heel wat klanten.

Op kunstijs heeft het paar veel landelijke titels gehaald en de oudere inwoners van onze gemeente zullen het paar wellicht vroeger op de Vliet hebben zien zwieren.

Vivaldi daarentegen, met de socialisten op kop, zwieren echt het geld buiten.

Dankzij het initiatief van de Haagse Koningskermis konden Oekraïense vluchtelingen even de oorlog in hun land vergeten en genieten van een rondje zwaaien en zwieren.

Hoon was hun deel als het volgezogen katoen de billen verliet en om de enkels ging zwieren.

Vriendinnetje blauwe tenen bezorgd waardoor ik ook nog verdoemd was om met de dansleraar met veels te dikke pens "en publiek" rondjes te zwieren.

Wij gingen daarom voor jou op zoek naar vijftien handige tassen die je perfect tijdens je uitje om je schouder kan zwieren.

Eventjes het raam open zwieren bijvoorbeeld, waardoor het klaslokaal in de groene zone bleef.

Is er een toenemende agressiviteit bij het blussen van grote schuurbranden waarbij mannen als opgefokte testosteronbommen als een bezetenene hun brandweerspuit in de rondte zwieren?

Met touwen rond armen, benen en lijf gewikkeld zit Yerma op de grond, te midden van vier andere vrouwen, die aan de touwen trekken en met hun bovenlichamen rondjes zwieren, gedoopt in gekleurd lamplicht.

Dat geeft geen pas om zo een levende rollade door de lucht te laten zwieren.

Hun nazaten zwieren hand in hand met de meest vrouwonvriendelijke dierenmartellende middeleeuwse gestoorde religie- imbecielen.

Kreeg hij dan toch die gelukzalige zweem op zijn gezicht, en gingen die armen zwieren, dan wisten iedereen, tot en met de triangelspeler: ‘De chef geniet.

Waar op een normale Bevrijdingsdag meer dan honderdduizend mensen door Wageningen zwieren, is de stad nu leeg, op wat fietsers en dagjesmensen na.

Een veel gemaakte fout is in de eindbocht de ploeg te laat tillen en na de bocht te diep zakken, stel de oliedruk van de hef op langzaam gedempt en dan kun je zwieren met de hendels! succes!

Gisteren werd die van Oisterwijk geopend; deze week kan eenieder zwieren en zwaaien op de Oisterwijkse kermis.

Inhoudelijk zwieren de gedichten opgewekt associërend door de kronkelbochten van diens originele fantasie, maar blijken uiteindelijk toch een heldere clou te bevatten.

Lekker hangen, zwieren of gewoon ’chillen’ in een gloednieuwe klimboom.

Dat was een meter boven de vlam en één keer zwieren.