Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Zwijgend.

Zwijgend

Zwijgend | Zwijgende | Zwijgenden

Zwijgend betekenis

niet spreken, stil zijn

Synoniemen van Zwijgend

Voorbeeldzinnen (20)

Zwijgend keek ze uit het raam.

We zaten zwijgend aan tafel.

In het begin verkoos ik zwijgend te luisteren naar hem.

In het begin verkoos ik zwijgend naar haar te luisteren.

Tom overhandigde Mary zwijgend de verzegelde envelop.

Tom keek zwijgend toe.

Als een moderne Johannes de Doper heeft hij een bijna zwijgend, maar des te indrukwekkender, beroep gedaan op Hindoes en Mohammedanen om elkander althans te verdragen.

Ben het met je eens dat de werkende klasse doorgaans zwijgend doorwerkt en de handophoudende nietskunners gretig op hun wenken worden bediend.

Bij de Murrinhpatha-aborignals in Noord Australië werd juist weer relatief vaak – vrijwel altijd zwijgend – een hulpverzoek genegeerd.

Daarvoor gaven ze als reden dat ze geen vertrouwen meer konden hebben in een gemeenschap die hen zwijgend had laten gaan.

Dat akkefietje in ergens in Twente: Kaag zoekt zwijgend protesterende mensen bewust op.

Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft later over de plechtigheid die middag: ‘Zwijgend nam men na de korte tocht plaats rond de graven.

Ik vind de reuring en het kabaal van een keuken waar druk gewerkt wordt en het ‘yes chef’ of ‘bon chef’ in koor klinkt, charmant, maar ook de nadrukkelijke stilte van een team dat zwijgend, of onhoorbaar fluisterend, de borden opmaakt.

In de bibliotheek zit tussen de boekenkasten een twintigtal mensen zwijgend te lezen.

Zal zij vanochtend tompoucen hebben gekocht, die zij zwijgend bij de koffie serveert?

Ze had ook gewoon zwijgend door kunnen lopen.

Ze kijken zwijgend voor zich uit en voegen zich voor de ingang van de buurttuin bij elkaar.

Zwijgend scrollen ze verder.

Zwijgend strijken daar tussen twaalf en twee uur enkele honderden demonstranten neer.

Bij café Twin Peaks zitten de mannen met zwarte strepen in hun gezicht weer zwijgend aan tafels vol lege bierflesjes.