Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zwom.

Zwom

Zwom | Zwommen

Voorbeeldzinnen (20)

Jette Bokkers zwom met de bal naar de goal en van achter zwom haar verdediger op haar benen.

Vorige week zwom Van der Weijden heen en weer het Kanaal tussen Groot-Brittanniƫ en Frankrijk over en in juni van dit jaar zwom hij van Amsterdam naar Rotterdam.

Zwom best vaak langs de multi's en vond het allemaal wel prima (was totaal niet agressief en als de kleine multi's hun vinnen hoog op zetten dan zwom ie gewoon weer weg).

Ik zat dus niet in een bootje, maar zwom in de buurt van de dolfijn (stuk zee afgezet, Israel) De dolfijn zwom op me af en beet me in de arm, zachtjes.

Naar verklaring van deskundigen zou de rog tot agressie zijn overgegaan doordat hij zich beslopen voelde door Irwin die achter/boven hem zwom en de cameraman die recht voor hem zwom.

Timmers zwom in die estafette een wereldchrono van 1.45.17, waarmee hij van een 6de naar een 3de plaats zwom.

Ik zwom sneller toen ik jong was.

Hij zwom de rivier over.

Hij zwom tot hij niet meer kon.

Hij zwom twee uur lang.

Jij zwom in de oceaan.

Tom zwom met de dolfijnen.

Hij zwom met zijn broer in de zee.

We zagen hoe Jane door de rivier naar de overkant zwom.

Ze keek hoe hij zwom.

Wie zwom er?

Ik zwom naar de kust.

Tom zwom met de zeeschildpadden.

Ze zwom tot ze uitgeput was en ging toen naar huis.

Als kind zwom ik elke dag.