Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Aanspraak.

Aanspraak

Aanspraak betekenis

het recht om het bezit of genot van iets te vorderen | de gelegenheid om te praten

Synoniemen van Aanspraak

Aanspraak translation to English

Voorbeeldzinnen (20)

Peking maakt aanspraak op een groot deel van die betwiste zee, hoewel een internationale arbitragerechtbank in 2016 die Chinese aanspraak betwistte.

In een indicatiebesluit werd het recht op zorg vastgelegd en via het PGB kon die aanspraak op zorg worden omgezet in een financiële aanspraak.

Van Brederode wilde alsnog aanspraak gaan maken op deze heerlijkheden en legde in het voorjaar van 1409 zijn habijt af, maar had daarbij zijn vrouw nodig om zijn aanspraak hard te maken.

Ze kunnen aanspraak maken op een deel van het schoolwerkingsbudget door een begroting in te dienen bij de schoolmeeting, of door aanspraak te maken op een deel van het speciale schoolbudget.

Ik maak ook geen aanspraak op huursubsidie etc. Plus het feit dat mensen die geen aanspraak kunnen maken op HRA ook géén rente betaald hebben.

De verzekerde heeft geen aanspraak op de zorg, bedoeld in het eerste lid, indien hij ter zake van die zorg een aanspraak heeft op forensische zorg als bedoeld in artikel 2 juncto artikel 5, eerste lid, van het Interimbesluit forensische zorg.

Geringe afwijkingen die vallen binnen de gebruikelijke tolerantie kunnen niet leiden tot enige aanspraak van opdrachtgever op Bosgoed, zoals een aanspraak op ontbinding en/of schadevergoeding.

Ik onderscheid vanuit de geschiedenis twee drijfveren, de culturele aanspraak en de economische aanspraak.

Als de conclusie klopt met de vermelde aanspraak bij "Uw situatie op peildatum", is de aanspraak juist vermeld.

Deze aanspraak op vergoeding over het kalenderjaar vervalt als in dat kalenderjaar geen aanspraak is gemaakt op vergoeding.

Pakistan wil aanspraak op Kasjmir voorwaardelijk laten vallenNEW DEHLI - (Belga) Pakistan is onder bepaalde voorwaarden bereid zijn aanspraak op de omstreden regio Kasjmir te laten vallen.

Aanspraak op verstrekking bestaat indien sprake is van continue parenterale toediening in de thuissituatie van een geneesmiddel waarop aanspraak bestaat ingevolge de Regeling farmaceutische hulp 1996, met uitzondering van insuline.

Het Huis Valois maakte aanspraak op de titel van koning van Frankrijk terwijl de Plantagenets aanspraak maakten op zowel de troon van Frankrijk als van Engeland.

In 2014 wordt de aanspraak voor de functie begeleiding in de AWBZ beperkt door de aanspraak op dagbesteding te laten vervallen.

Onder netto aanspraak op de minimum vakantiebijslag wordt verstaan het verschil tussen het referentieminimumloon en het bedrag dat het referentieminimumloon zou zijn zonder zonder rekening te houden met de aanspraak op vakantiebijslag.

Hij maakte aanspraak op het land.

Jullie mogen aanspraak maken op financiële steun.

Ze hebben geen aanspraak op het eigendom.

Dan heb ik tenminste aanspraak.

Ik zweer mijn heerschap af en mijn aanspraak op Hooggaarde.