Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Recht.

Recht

Recht betekenis

geheel van regels waar iedereen in een samenleving zich aan moet houden en de instituties om zulke regels te maken en te handhaven | toestand of ontwikkeling die in overeenstemming is met wat in het algemeen eerlijk wordt gevonden of door een samenleving wordt nagestreefd | zaak of omstandigheid die men mag opeisen

Recht translation to English

Voorbeeldzinnen (20)

Recht op de onscheidbaarheid van het menselijk lichaam, recht op een woning, recht op onderwijs, recht op eten, recht op een baan, recht op vrijheid, recht op bestaanszekerheid, het lijkt wel een checklist waarin gefaald wordt.

Het recht op een behoorlijke levensstandaard en bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting, het recht op gezondheid, het recht op onderwijs, het recht op arbeid en het recht op huisvesting zijn fundamentele rechten van de mens.

Misbruik van recht (de gebruikelijke term in Nederlands recht) of rechtsmisbruik (gebruikelijk in Belgisch recht) is een leerstuk binnen het recht waarin iemand een recht of bevoegdheid gebruikt op een manier waardoor deze toch onrechtmatig wordt.

Recht op huis (uiteraard in de binnenstad van een grote stad), recht op werk, recht op geld, recht op sex hebben ze het ook al over gehad.

De supermarkt is gebombardeerd door Russen en de slachtoffers zijn gevallen omdat de Russen bombardeerden, Oekraïne heeft recht op militaire complexen, recht op wapensystemen, recht op open supermarkten en recht om te bestaan en te leven.

Een beperkt recht is een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, dat met het beperkte recht is bezwaard.

Is het recht op een registergoed gevestigd, dan is het een recht van hypotheek; is het recht op een ander goed gevestigd, dan is het een recht van pand.

Recht op een zorgeloze jeugd, recht op een woning, recht op lichamelijke integriteit, recht op een veilige leefomgeving.

Je hebt verschillende wetten en regels, recht op privacy, recht op informatie, recht op dit, recht op dat.

Basisrechten zijn o.a. het recht op menselijke waardigheid (art. 1 GG), het recht op leven (art. 2 GG), het recht op een familieleven (art. 6 GG), het recht van onschendbaarheid van de woning (art. 13 GG).

Het positief recht - ook wel vigerend recht of objectief recht genoemd - is het recht dat op een bepaald tijdstip en op een bepaalde plaats geldt.

Vooral in de rechtstakken Financiëel recht, Vennootschapsrecht, Internationaal recht, Europees recht en Maritiem recht zijn deze internationale LL.

Jullie hebben het recht je kop te houden... het recht om kalm te blijven... en het recht om je best te doen om uit die handboeien te komen.

Tenzij je je verplaatste in het oudste recht: het recht van de sterkste, maar dan andersom: het recht van de zwakste.

Recht is recht qua recht maar soms krom qua gerechtigheid.

De rechtsorde van de EU is gebaseerd op het primaat van het EU-recht: Europees recht gaat altijd voor nationaal recht.

Het gaat over de balans tussen fundamentele waarden zoals het recht op zorg, recht op onderwijs of recht op sociaal contact.

Het is natuurlijk wel zo dat als je per gedrag dat je zelf ondertekent EU recht boven eigen recht laat staan, dat gewoon eigen recht is.

Het recht op samenkomst, het recht op vergadering, het recht op demonstratie.

Artikelen zoals over recht op huwelijk, recht op werk en beroep, recht op vrije keuze van onderwijs voor kinderen en geloofsvrijheid, zijn direct terug te voeren op bescherming tegen het soort discriminerende maatregelen dat de nazi's namen tegen Joden.