Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afwassen.

Afwassen

Afwassen | Afwasser | Afwassers

Afwassen betekenis

het schoonmaken van de vaat, zoals, messen, vorken, lepels, borden | ~ van iets ergens van af wassen

Voorbeeldzinnen (20)

Kun je me helpen met afwassen?

Het meisje vond afwassen niet leuk, maar ze maakte er het beste van.

Tom zei tegen Mary dat zij moest afwassen.

Tom heeft een hekel aan afwassen.

Ik zal de borden nog eens afwassen.

Tom is net klaar met afwassen.

Hij gaat de vaat afwassen.

Sami wou zijn zonden van zich afwassen.

Ik wist dat Tom nog in de keuken aan het afwassen was.

Ik hou niet van afwassen.

'Zullen we om de beurt afwassen?' 'Nee, laten we het samen doen.'

Noem je afwassen en vloeren dweilen duivels?

Indisch inkt kan je bijna niet afwassen.

Niemand kan zo lekker afwassen als jij.

Waarom ga je hem niet van je afwassen?

Jodi, jij moet vandaag afwassen.

Wat afstoffen, afwassen, mijn ondergoed uit de vriezer halen.

Afwassen is ook geen hobby van je, toch?

Al heb ik ook mooie herinneringen aan afwassen.

De barakken schoon houden, kleding wassen en hun eigen voer preparen en afwassen.