Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bedijken.

Bedijken

Bedijken | Bedijking | Bedijker | Bedijkers

Bedijken betekenis

voorzien van dijken | tweede betekenisomschrijving

Voorbeeldzinnen (18)

Geleidelijk aan ging men weer bedijken.

Het bedijken van de rest van de polder was grotendeels het werk van twee broers, Douwe (Martens) en Aedsge (Martens) Teenstra, die hier met ondersteuning van hun vader Marten Aedges Teenstra, een modelpolder wilden inrichten.

Het jaar erop werd met behulp van de herders een kaart gemaakt van het te bedijken land en in het voorjaar van 1598 werd begonnen met de bedijking van de Oud-Noord-Bevelandpolder.

Op 17 september 1615 verleenden de Staten van Zeeland octrooi voor het bedijken van een deel van het verloren gegane eiland Noord-Beveland aan Filips Willem, Prins van Oranje en de Gemene Ambachtsheren van Noord-Beveland.

Het antwoord op de catastrofes lag in het verplaatsen van dorpen naar drogere gebieden maar ook steeds meer in het bedijken, eerst lokaal, later op grotere schaal.

Als notaris was hij gespecialiseerd in grondtransacties en het bedijken van schorgronden.

Kroon liet daarom een deel van het wad bedijken en inpolderen.

Daarnaast ging men die gronden, die slechts bij hoge vloed overstroomden, bedijken.

Geschiedenis In 1460 gaf Karel de Stoute opdracht de polder Rijerwaert te bedijken.

Geschiedenis In 1476 gaf Karel de Stoute zijn halfzus Anna van Bourgondiƫ toestemming om een schorrengebied bij het eiland Tholen te bedijken.

In 1325 sloten graaf Willem III en Hendrik van Brederode een verdrag om de Zwijndrechtse Waard samen te bedijken.

In 1391 kreeg hij toestemming nieuwe grond bij Stavenisse te bedijken.

In 1604 wilde Barthold van Vlooswijk de betreffende schorren reeds bedijken.

In 1614 gaven de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden de toestemming om Doel te bedijken en werd begonnen met de planmatige aanleg van het dorp en de polder.

De ambachtsheren van 's-Heer Arendskerke hebben de gemeente laten bedijken.

In 1757 liet ene Krijthe de polder voor een klein deel (44 hectare) bedijken nabij Lauwerzijl (waaronder De Pol).

Loevestein ontrafeld. blz. 12 De monniken kregen de opdracht om het land te bedijken en in te polderen en er zo een vruchtbaar land van te maken.

Op April 14 1462 geeft Karel de Stoute het bestuur weer in handen van Matteys de Buyser, IJsbrand Uyt ten Hage, Arend van der Woude en Anthony Michelsz. van Eversdijck en geeft hun toestemming de grond te bedijken.