Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bedijking.

Bedijking betekenis

het omgeven van een gebied met een dijk

Voorbeeldzinnen (20)

Nadat op een vergadering van afgevaardigden van de Noordhollandse steden in 1594 was vastgesteld dat bedijking van de Zijpe (wederom) in 's lands belang was, werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi tot bedijking verleend.

De prins zette de bedijking door en sloot in 1583 een contract met Gerard van Grammaye, die reeds optie op een aantal kavels had genomen, en hij moest in 1583 de bedijking hebben voltooid op poene van absolute nulliteit van deze contracte.

De Saaksumerpolder (194 ha) is ontstaan door de bedijking van buitendijkse kwelders langs het Reitdiep in 1794.

De straat vormde oorspronkelijk de buitenste bedijking van het Westland, een van de vroegst ingepolderde gebieden rond Steenbergen, en is slechts aan één kant bebouwd.

Deze polder brak reeds dadelijk na de bedijking weer in.

Door de nieuwe bedijking werd de uitwateringsgeul van de sluis bij het Schutlaken in de Damespolder twee kilometer korter.

Er hebben in Houwerzijl minstens vier zijlen gelegen, waarvoor men telkens bij een volgende bedijking een nieuwe plek koos.

Het geel staat voor het zand van de slikken en schorren waaruit ze door bedijking zijn voortgekomen.

Het jaar erop werd met behulp van de herders een kaart gemaakt van het te bedijken land en in het voorjaar van 1598 werd begonnen met de bedijking van de Oud-Noord-Bevelandpolder.

Het moerasgebied werd door de bedijking omgezet in een belangrijk landbouw en zoutwinningsgebied.

In 11e/12e eeuw werd de terp van het dorp door bedijking opgenomen in de noordelijke Hemdijk.

In 1616 was de bedijking een feit.

In 1694 werd een deel van het verloren gegane gebied herdijkt als Mairepolder, het gebied waar het dorp had gelegen volgde in 1773 met de bedijking van de Reigersbergsche polder.

In 1711 kreeg Mr. Huybertus Stoutenburg, ambachtsheer van Campens-Nieuwland het octrooi voor de bedijking van enkele schorren.

In 1853 was de bedijking een feit.

In de 13e eeuw begon de bedijking en kwam het proces tot stilstand; maar hiervoor waren de processen door een natuurlijke vorm al verminderd.

Leefden ze in de periode voor de bedijking vooral van de visserij, na de bedijkingswerkzaamheden ontwikkelden de inwoners van Zwijndrecht en omgeving eerst land- en later tuinbouwactiviteiten.

Op 13 december 1656 kregen de Ambachtsheren van Geersdijk en Wissenkerke en Oud- en Nieuw-Campen het octrooi voor de bedijking van enkele schorren ten westen van het eiland.

Op 25 februari 1817 kregen de Ambachtsheren van Geersdijk en Wissenkerke en Soelekerke en-Oud-Kampen het octrooi voor de bedijking van enkele schorren ten zuiden van het eiland.

Tot de bedijking van het Bildt was deze kwelder eigendom van de Duitse keizer Maximiliaan I. Hij schonk het Bildt aan Hertog Albrecht van Saksen.