Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Beef.
Voorbeeldzinnen (20)
Het was een dag vol rijden en roadside food, zoals deze hoagie met roast beef (of meer, deze roast beef met een hoagie eromheen).
Waarom beef je, Tom?
Genoeg van die jerky beef.
Ik beef voor mijn land als ik nadenk dat God rechtvaardig is.
Beef voor de ontzagwekkende macht van mijn uilen der ondergang!
Een T-shirt met Beef Nu erop is niet zo smaakvol in dezen.
Jammer dat Beef Supreme met pensioen.
Kip werd poultry, koe werd in de keuken beef (boeuf), schaap werd mutton (mouton) etc behalve vis.
Tijdens het kerstdiner mag een klassieke beef wellington niet ontbreken.
De garnalencocktail, beef wellington en tiramisu blijven onverminderd populair.
Een goede speklap kan net zo lekker smaken als beef.
Morgen lekker naar de Argentijn, heerlijke beef eten.
Uiteindelijk beef die teller steken op 48.
Ali en kleine hadden 'Beef', dus Ali kan.
Beef als je het leest!
Ground beef schijnt best gezond te zijn.
Myron zou het slachtoffer zijn van een beef, straattaal voor ruzie.
Beef is straattaal voor ruzie/knokpartij.
Bibber een beef voor de snottebel des doods.
Die zwarte en bruine apen hebben onze Suriname leeggeroofd en vreten elke dag beef en kip en bruine bonen met rib eye!
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl