Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Benijd.

Voorbeeldzinnen (20)

Ik benijd je om je schoonheid.

Beter benijd dan beschreid.

Benijd het succes van andere mensen niet.

Ik benijd hem.

Beter benijd dan beklaagd.

Je bent opgevoed met veel materialisme, en nu benijd je je buren.

"Wie zal het Tom vertellen?" - "De keuze viel op John." - "Ik benijd hem niet om die opdracht."

Ik moet zeggen dat ik u benijd.

Ik moet zeggen dat ik jullie benijd.

Ik moet zeggen dat ik je benijd.

Ik benijd je echt niet.

Ik benijd je.

Als iemand niet benijd wordt, heeft hij geen benijdenswaardige kwaliteiten.

Het is beter om benijd te worden dan om medelijden te verdienen.

Benijd de man die een dergelijke liefde niet kent.

Ik benijd die jonge Byam niet.

We gaan vanavond door elke man op het feestje benijd worden.

Ik benijd de gelukkigen, en nog meer toekomstige kampeerders onder de dacianen.

In een paar mensen die ik daar oprecht om benijd.

Maar ergens benijd ik ze toch.