Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Bibberen.

Bibberen

Bibberen betekenis

hevig trillen van kou of angst

Synoniemen van Bibberen

Voorbeeldzinnen (20)

Zweten is beter dan bibberen.

Beter zweten dan bibberen.

Alle andere coureurs binnen de Red Bull familie moeten ouderwets bibberen.

De bezoekers probeerden zoveel mogelijk tijd te rekken en konden de overwinning na wat bibberen toch over de streep trekken.

Die coureurs zitten gewoon zo hard te bibberen dat de remmen er last van hebben.

En als je moeilijk scoort, dan wordt het soms bibberen”, verwees de ervaren aanvaller naar het punt dat City Pirates nog wist te pakken.

Het is nu echt wel bibberen voor de Limburgers.

Het klinkt altijd heel mooi en plausibel, maar vinger opsteken wie van u gisteren achter uw schermen zat te bibberen voor de Fed en verkocht.

Ik zit meer te bibberen achter mijn scherm over de jaarlijkse kosten die dit hele circus met zich meebrengt.

In de plaats moest het door een goal van de neef van Erling Haaland nog bibberen tot op het einde.

In het hoogspringen was het dan even bibberen op 1m74 maar bij een derde poging ging ze er dan toch over.

Niet eens zo lang geleden dacht de Antwerpse actrice dat je door deze ziekte vooral ging bibberen.

Poetin zat te bibberen in zijn dasha.

Toespelingen op een nieuw ‘supervoorkooprecht’ en de recente arrestatie van twee Carlsberg-toplui, doen westerse bedrijven nu al bibberen.

Voor Kortrijk wordt het bibberen tot het bittere einde.

Als er maar één tractor de snelweg op jakkert, staat het kabinet weer te bibberen.

De aansluitingstreffer van Prevljak liet Club toch nog een halfuurtje bibberen, maar de 1-2-voorsprong bleef wel op het bord.

De vlammen schoten door de panden en dan begin je wel te bibberen.

Een eend die het vogeltje zo ziet bibberen krijgt medelijden en zegt tegen zichzelf : Ik moet iets doen voor dat arme diertje.

Even de gaskraan dicht en Europa ligt al te bibberen, te janken en te smeken.