Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Rillen.

Rillen

Rillen | Rilling | Rillend | Rillende | Rill | Rills

Rillen betekenis

een onwillekeurige schuddende beweging maken van koude of afschuw

Synoniemen van Rillen

Voorbeeldzinnen (20)

De gedachte aan wat er had kunnen gebeuren deed Tom rillen.

Ik stond te rillen in het tramhokje. Zo koud was het.

Ik begon te rillen.

Ze huilde... toen ik haar in mijn armen nam, zo hevig... dat ik er zelf van moest rillen.

Ebenezer Scrooge haastte zich langs de jongens... die in de sneeuw stonden te rillen.

Jonge struiken verwijderen we en de gesnoeide takken leggen we op reeds bestaande rillen.

Mor zie haar rillen in hozen, want zie was natuurlek weer mit n sigaret aan t graimen west.

Overgroeide bestaande rillen maken we weer zichtbaar.

Bizar inderdaad, vooral defensie doet me rillen.

Die zit te rillen van de kou, net zoals de ER-wappies.

Dus het warme Zuid-Europa gaat lekker warm de winter door terwijl het koude Noorden zit te rillen.

Inflatie loopt fors op, ECB heeft een “uitdaging” en ondertussen maakt het zooitje zich druk omdat een bepaald iemand op een stoel moet slapen of dat een kind heeft lopen rillen.

Je hebt bijvoorbeeld vast weleens meegemaakt dat je gaat klappertanden en rillen als je het koud hebt.

Maar toen even later het credo gezongen werd - dat wordt over de hele wereld door katholieken gezongen - voelde ik de emotie wel even langs me rillen.

Marieke van Schaik, directeur van het Nederlandse Rode Kruis, zei eerder dat „kinderen lagen te rillen van de kou.

Piet was er duidelijk niet op gekleed en stond lettterlijk te rillen van de kou.

Drie dierenartsen en een assistent stonden om de tafel waar Puck op lag te rillen en enorm lag te kwijlen.

Gétverr, het woord doet me nog rillen.

Het gekraak van het neusbeen deed hem rillen.

Op weg naar huis begon ik te rillen.