Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Boekweit.

Boekweit

Boekweit betekenis

bepaald soort grasachtige plant | cultuurgewas () gekweekt om het zaad | gepelde zaden van , geschikt voor een glutenvrij dieet

Synoniemen van Boekweit

Voorbeeldzinnen (20)

Boekweit en het veen Voordat men boekweit op de hoogvenen kon verbouwen moest er eerst wel wat gebeuren.

Boekweit is duurder geworden.

Boekweit bevat immers geen gluten.

De boekweit ontdekten we tijdens onze uitjes in de coronaperiode naar Westerwolde.

Boekweitnoedels zijn uiterst voedzaam, boekweit is officieel geen graan, maar een vruchtje van een plant.

Het aanleggen van voedselbossen, het opwerpen van een 'vlechtheg' langs de dijk in Oud Ade en de teelt van boekweit in Groningen.

Het nummer is als een pak boekweit.

Ja, boekweit is ouderwets, daarnaast heel gezond.

Ook werd er langs het fietspad dat aan de akker ligt nog een strook boekweit ingezaaid.

Boekweit: 'Deze hele kleine groep kost vreselijk veel geld.

Een land als kazakstam is gestopt met de export van uien en boekweit.

Oekraïne heeft de export van boekweit stilgelegd en Egypte voert geen peulvruchten meer uit.

Wel twee dagen per week alleen bord boekweit, want anders is het geld op en de maand net te lang.

Zoals karnemelk, boekweit of oude kaas.

De landbouw bestond voornamelijk uit het verbouwen van tabak (dat uitsluitend voor de handel bestemd was), haver, rogge, gerst, boekweit, erwten, aardappelen en vlas.

De productie nam toe, dus de boekweit moest van buiten Friesland worden aangevoerd.

Gedurende de 19e eeuw nam het belang van aardappelen sterk toe en de boekweit verdween vrijwel geheel.

Grutten is het werkwoord voor het breken van boekweit, gerst of haver M.J. Koenen's Verklarend handwoordenboek der Nederlandsche taal, 17e druk, 1931 en het meervoud van grut.

Houthalen was tot aan de Tweede Wereldoorlog een landbouwgemeente, waar rogge, haver en boekweit werden verbouwd en daarnaast ook vlas en koolzaad.

In andere talen kent boekweit overeenkomstige namen: 'bokwiet' (Afrikaans), 'buckwheat' (Engels), 'Buchweizen' (Duits) en 'boghvede' (Deens).