Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bonthandel.
Bonthandel betekenis
de handel in bont | een winkel waar bont wordt verkocht
Voorbeeldzinnen (20)
Onder leiding van Nederland en Oostenrijk pleitte een meerderheid van Europese lidstaten kortgeleden nog voor een totaalverbod op de pelsdierhouderij en bonthandel in de Europese Unie.
De bonthandel was een belangrijke drijfveer achter de kolonisatie van Siberië en noordelijk Noord-Amerika.
De forten die landinwaarts werden gesticht waren vooral handelsposten voor de bonthandel, toen factorijen genaamd.
Deze forten waren een belangrijke basis voor bonthandel en ontdekkingstochten in het gebied tot ten minste 1760.
Door de voyageurs werd in de bonthandel een monopolistisch systeem geïntroduceerd, waardoor de coureur des bois aan hun einde kwamen.
Hoewel in veel oude en/of eurocentrische literatuur vaak het beeld naar voren komt alsof de indianen vrijwel geen enkele rol speelden in de bonthandel, is dat natuurlijk niet waar.
Hun expedities waren het begin van de Noord-Amerikaanse bonthandel.
In die tijd drongen de Ojibwe steeds verder door naar het westen, op zoek naar meer bont voor de bonthandel.
Medio de 17e eeuw zochten twee Franse ondernemers, Radisson en des Groseilliers, hun heil in Engeland om een bonthandel in het noorden van Canada op te zetten.
Omdat de bonthandel gevaarlijk was, en de Hans Claesz compagnie tegen dubbele prijs inkocht om zo haar concurrentie uit te schakelen, werd uiteindelijk het kartel opgericht door Amsterdamse bonthandelaren.
Toen deze eenmaal in het gebied aanwezig waren veranderde het gebied, dat lange tijd relatief vreedzaam was geweest, in een gebied verstoord door de bonthandel.
Ze sloten zich aan bij de Iron Confederacy, een verbond van indiaanse volken in de noordelijke Great Plains die een belangrijke rol speelden in de bonthandel.
Jacques, of liever Jaakie, zoals hij toen heette, werd jongste bediende bij een bonthandel.
Molenaar verkoopt zelfs bontaccessoires via de internetsite van de bonthandel.
De eerste ageert onder dezelfde naam tegen bonthandel.
PARMENTIERS eigen bonthandel zit ondertussen weer in de lift.
Ze zag hoe bij een bonthandel een ruit was ingegooid en een jas van zeehondenbont met rode verf was besmeurd.
Toen bleek dat ze daar in het oosten heel wat geld voor neertelden, werden de dieren gedood voor de bonthandel.
Het versje doet aan de woordherhaling in 'wat Kan kan kan Kan alleen' denken, gebruikt om cabaretier Wim Kan (1911-1983) mee te typeren, maar eerder al gebruikt als reclameslogan door bonthandel Kan (Enschede) en juwelier Kan (Amsterdam, Haarlem).
Rijk geworden door de zout- en bonthandel bouwden zij een van de mooiste paleizen in Sint Petersburg, dat gevuld werd met hun fabelachtige kunstcollectie.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl