Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met Bouwen. Ontdek de betekenis, synoniemen zoals opbouwen of opbouw en hoe je het woord correct gebruikt in een zin.
Bouwen in een zin
Gerelateerde woorden
Bouwen betekenis
- een constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen
- ~ op: zich verlaten op, vertrouwen op
Gebruik van Bouwen
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: een constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen | ~ op: zich verlaten op, vertrouwen op
- Vergelijkbare woorden zijn onder meer: construeren, opbouwen, opbouw.
- In het voorbeeldencorpus komt bouwen vaak voor in combinaties zoals: bouwen bouwen, te bouwen, bouwen en.
Voorbeeldzinnen (20)
Dat wordt weer bouwen bouwen bouwen voor Hugo met ons Gratis Huizen Bonanza.
Door de wooncrisis ligt de focus van de politiek nu vooral op bouwen, bouwen, bouwen.
Dus nee, niet bouwen, bouwen, bouwen maar de grenzen dicht.
Terwijl de overheid groot-aandeelhouder is van Schiphol en heeft voorgenomen om te bouwen bouwen bouwen.
Tja, het is misschien wel niet zo gek als je de oppervlakte van deze planeet zo drastisch omgooit (we blijven maar bouwen bouwen bouwen) en waterverdamping elimineert overal, dat dan het klimaat steeds droger en warmer wordt?
Verder in het program natuurlijk veel bouwen, bouwen, bouwen, rijden, rijden, rijden en kerncentrales (4).
We kunnen volgens hem veel meer creatieve scenario’s bedenken dan bouwen, bouwen, bouwen.
Daar kan Hugo de Jonge zo twee flexwoningen voor Eritrese voor bouwen bouwen bouwen.
Dilan Yesilgöz-Zegerius had soms ook een hele mooie ‘bouwen bouwen bouwen’ in huis, lekker snerpend.
En dus groeien we vrolijk en in sneltreinvaart door naar 20 miljoen inwoners, en gaan we 'bouwen, bouwen, bouwen'.
Geen idee wat dan de netto groei is maar maar bouwen, bouwen, bouwen is geen houdbare oplossing met miljarden wereldburgers die het in eigen land minder hebben dan ons.
Hugo nou nog steeds niet aan het bouwen bouwen bouwen?
Koerhuis is inmiddels niet langer VVD-woordvoerder over wonen, maar over verkeer – de leus ‘Bouwen, bouwen, bouwen’ heeft hij ingewisseld voor ‘Rijden, rijden, rijden'.
Maar bouwen, bouwen, bouwen wordt dan zakkenvullen, zakkenvullen, zakkenvullen.
Nee, niet bouwen bouwen bouwen.
Nu bouwen bouwen bouwen.
Om de woningnood op te lossen moeten we bouwen, bouwen en nog eens bouwen, daar zijn vriend en vijand het wel over eens.
Over die kreet is vergaderd, want van het ene op het andere moment zag je overal VVD’ers en VVD-sympathisanten ‘bouwen bouwen bouwen’ roepen, vaak ondersteund met een draaiend armgebaar waarmee ze, maar dat is een aanname, een cementmolen nadoen.
VVD-Kamerlid Daniel Koerhuis kennen we vooral van de kreet ‘bouwen bouwen bouwen’, de VVD-oplossing voor de wooncrisis.
Wij zien door alle klimaatbomen het bos niet meer, maar dit kan tot gevolg hebben dat alle stikstofsommetjes van het kabinet verboden worden en daarmee ook het bouwen, bouwen, bouwen van woningen.
Veelvoorkomende combinaties met bouwen
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- bouwen bouwen 150×
- te bouwen 85×
- bouwen en 38×
- het bouwen 37×
- bouwen van 31×
- bouwen in 26×
- bouwen maar 11×
- bouwen voor 8×
- en bouwen 7×
- moeten bouwen 7×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "bouwen" in een zin?
Wat betekent "bouwen"?
Wat zijn synoniemen van "bouwen"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "bouwen" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl