Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Brandde.

Brandde

Voorbeeldzinnen (20)

Het vuur, dat daar ter ere van de godin brandde, was, volgens de Grieken, als-het-ware het spiegelbeeld van het vuur, dat brandde in de heilige haard in de woning van Zeus op de Olympus.

Hij brandde zich de vingers.

Bij het binnengaan van de kamer bemerkte hij dat er een kaars brandde op tafel. Hij herinnerde zich, dat die kaars daar tevoren niet was.

Sami brandde cd's.

Het oude schoolgebouw brandde af.

De hele stad brandde af.

Blijkbaar heeft iemand het gas aan gelaten terwijl er kaarsen brandde.

Ik zag dat het brandde en dus belde ik 112.

Daar brandde vanochtend vroeg een auto uit.

De auto brandde uit op de A73.

De auto in Rosmalen brandde van binnen volledig uit (foto: Bart Meesters).

De bestuurder wist de bestelwagen nog veilig op de vluchtstrook te parkeren, daarna brandde de wagen volledig uit.

De brandweer heeft een gedeelte van de bovenkant van de kachel gesloopt omdat het houtwerk brandde en de brand is geblust.

De brandweer kwam snel ter plaatse, maar de auto brandde volledig uit.

De brandweer wist het vuur te doven, maar de loods brandde uit.

De Braziliaanse brandde los in een pakkend en vurig betoog waarbij ze zichzelf tot tranen toe bewoog.

De garage brandde volledig uit en de woning is voorlopig onbewoonbaar.

De keet brandde volledig tot de grond toe af, de brandweer kwam niet opdagen en moet tot op de dag van vandaag nog antwoord geven op de brandmelding-email van de buurjongen.

De loods brandde die ochtend tot de grond toe af, terwijl bij de aangrenzende Leen Bakker de ramen sprongen en het logo van bouwmarkt Praxis wegsmolt.

De man geloofde hem niet en hij werd hij vijf dagen vastgezet in het detentiecentrum op Schiphol in een cel waar continu het licht brandde.