Leer het woord Condylus beter kennen met 10+ echte voorbeeldzinnen.
Condylus in een zin
Gebruik van Condylus
- In het voorbeeldencorpus komt condylus vaak voor in combinaties zoals: de condylus, condylus occipitalis, condylus medialis.
Context rond Condylus
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 22.5 woorden
- Plaats in de zin: 7 begin, 11 midden, 2 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Condylus
- In deze selectie staat "condylus" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 22.5 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral uitgesproken, uitstekende, occipitalis, medialis en fibularis op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "condylus".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn de condylus occipitalis de en achterhoofd de condylus occipitalis wijst. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "condylus" dicht bij woorden als aandachtsspanne, aankoopproces en aankunt, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met condylus
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Deze condylus occipitalis is veel breder dan hoog. (8 woorden)
De condylus occipitalis heeft de vorm van een liggende ovaal. (10 woorden)
De knobbel op het achterhoofd, de condylus occipitalis, wijst meer naar beneden. (12 woorden)
De hersenpan is klein en langwerpig; de schedel is via de condylus occipitalis op het achterhoofdsbeen aan de ruggengraat verbonden en kan geheven worden door sterke nekspieren die soms aangehecht zijn aan een kam op het achterhoofdsbeen. (37 woorden)
Het heeft een bol achtervlak en een breedte van twaalf centimeter, wat Britt tot een schatting voor de breedte van de condylus occipitalis bracht van vijfennegentig millimeter, een teken dat de schedel zeer groot was. (35 woorden)
In het holle vlak springt onder het achterhoofdsgat een uitstulping omhoog, de condylus occipitalis, die het contact maakt met de halswervels zodat de nekspieren over dit gewricht de kop kunnen bewegen. (31 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Het binnenste uitsteeksel (cm: condylus medialis) is afgerond en het buitenste (fc: condylus fibularis) vormt een scherpe hoek van 75 à 80°, de bovengenoemde autapomorfie.
Aan het achtereind van de schedel is de knobbel die de verbinding vormt met de nek, de condylus occipitalis, matig bol en vrij sterk naar beneden gericht.
De achterhoofdsknobbel, de condylus occipitalis die het contact vormt met de nek, is veel omvangrijker dan bij P. brasiliensis en P. neivensis.
De condylus occipitalis, de verbinding met de nek, is vrij klein en wat naar beneden gericht wat de typische scherpe hoek van de kop met de hals mogelijk maakt.
De condylus occipitalis heeft de vorm van een liggende ovaal.
De processus paroccipitales zijn uitzonderlijk lang, hangend en halvemaanvormig, ver beneden het niveau van de condylus occipitalis, de knobbel op het achterhoofd die articuleert met de nek, uitstekend.
Deze condylus occipitalis is veel breder dan hoog.
Deze condylus occipitalis steekt bij Omeisaurus fuxiensis echter minder uit maar eindigt wel in een scherp puntje, terwijl het oppervlak meer uit richels is opgebouwd.
Het heeft een bol achtervlak en een breedte van twaalf centimeter, wat Britt tot een schatting voor de breedte van de condylus occipitalis bracht van vijfennegentig millimeter, een teken dat de schedel zeer groot was.
Hoewel het supraoccipitale ver naar beneden doorloopt, wordt de bovenzijde van de condylus gevormd door de exoccipitalia.
Onder het achterhoofdsgat is de schedelknobbel, de condylus occipitalis, typisch klein zoals bij de meeste ornithomimosauriërs.
Op het achterhoofd is de condylus occipitalis, de knobbel die de verbinding vormt met de nek, bolvormig.
Op het achterhoofd is rond de condylus occipitalis het oppervlak van het os basioccipitale gereduceerd.
In het holle vlak springt onder het achterhoofdsgat een uitstulping omhoog, de condylus occipitalis, die het contact maakt met de halswervels zodat de nekspieren over dit gewricht de kop kunnen bewegen.
De condylus occipitalis, de knobbel op het achterhoofd die verbinding maakt met de nek, is schuin naar beneden gericht.
De ellepijp is steviger en korter dan het opperarmbeen en heeft een meer uitgesproken condylus dorsalis, maar lijkt voor de rest erg op die van de Phorusrhacidae.
De hersenpan is klein en langwerpig; de schedel is via de condylus occipitalis op het achterhoofdsbeen aan de ruggengraat verbonden en kan geheven worden door sterke nekspieren die soms aangehecht zijn aan een kam op het achterhoofdsbeen.
De knobbel op het achterhoofd, de condylus occipitalis, wijst meer naar beneden.
Het achterhoofd is door compressie naar buiten gedraaid zodat het bladvormige linkeropisthoticum en de uitstekende condylus occipitalis, de verbinding met de nek, zichtbaar worden.
Onderaan vormt het os basiocciptale de achterkant van twee aanhangsels, de tubera basilaria die gezamenlijk een vlak scheppen dat breder is dan de condylus occipitalis.
Veelvoorkomende combinaties met condylus
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "condylus" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "condylus" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl