Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Doodop.

Doodop

Doodop betekenis

zo sterk vermoeid dat men in levensgevaar of althans gevaar voor de gezondheid is

Synoniemen van Doodop

Voorbeeldzinnen (20)

Ik ben doodop.

De kopers waren doodop want zij hadden lang gewandeld.

De acteurs zijn doodop.

Hij was doodop.

Sorry, maar ik ben doodop.

Ze zal morgenochten doodop zijn.

Een halfuur later blijkt in de schaduw van de Vélodrome André Pétrieux, de wielerpiste waar de renners straks doodop hun laatste rondje richting aankomst rijden, Café de la Justice gesloten.

Doodop van een dag rijden en een knetterende ruzie onderweg zei ik ja.

Hij praat honderduit over zijn rit naar Oekraïne, maar is doodop want hij is de laatste dagen nauwelijks aan slapen toegekomen.

Na afloop was Wiels uiteraard doodop.

Ze waren uitgehongerd en doodop na weken van constante gevechten.

Want ik was doodop”, antwoordt ze.

Bovendien waren de bemanningen doodop door de voortdurende wekenlange strijd op zee.

Die nacht komt een jongen, doodop, het dorp binnen met een perkament in zijn handen.

Ik ben doodop, maar ik hou me staande.

Snelle koolhydraten maken dat je na het eten doodop bent en 2 uur later weer honger hebt.

Ik ben doodop', aldus Keijl.

Ik was doodop van het persen, ik had veel bloed verloren en had al bijna een week amper geslapen door de pijn.

Intussen had zijn vrouw wat voer voor hun eigen hond uit de kofferbak gehaald en dat bleek een gouden zet; de loslopende hond lustte de brokken wel en kon zo aangelijnd worden: "Het beestje was doodop en had heel veel honger.

Maar na het werk was hij telkens doodop.