Drieën is een Nederlands woord. Hieronder vind je 10+ voorbeeldzinnen die laten zien hoe het in de praktijk wordt gebruikt.
Drieën in een zin
Gerelateerde woorden
Drieën betekenis
van drie: bij tijdsaanduidingen na voorzetsels
Gebruik van Drieën
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: van drie: bij tijdsaanduidingen na voorzetsels
- In het voorbeeldencorpus komt drieën vaak voor in combinaties zoals: zijn drieën, met drieën, z'n drieën.
Context rond Drieën
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 8.3 woorden
- Plaats in de zin: 2 begin, 5 midden, 13 einde
- Zinsoorten: 18 stellend, 2 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Drieën
- In deze selectie staat "drieën" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 8.3 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral trouwen, sloten en broers op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "drieën".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn beetje over drieën en dat jullie drieën vrienden waren. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "drieën" dicht bij woorden als avonduren, barend en bestookt, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met drieën
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Zijn jullie drieën broers? (4 woorden)
Ik ken geen van drieën. (5 woorden)
Wij zijn met zijn drieën. (5 woorden)
Je kan niet met z’n drieën trouwen, of met z’n drieën een kind hebben, terwijl dat toch dingen waren die we wilden. (24 woorden)
Met zijn drieën sloten ze een officieel triumviraat en verdeelden ze het Romeinse Rijk onder hun drieën. (17 woorden)
We zullen met z'n drieën zijn: jij, Anna en ik. (11 woorden)
Zijn jullie drieën broers? (4 woorden)
Hoe hebben jullie drieën elkaar ontmoet? (6 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Je kan niet met z’n drieën trouwen, of met z’n drieën een kind hebben, terwijl dat toch dingen waren die we wilden.
Met zijn drieën sloten ze een officieel triumviraat en verdeelden ze het Romeinse Rijk onder hun drieën.
Ik ken geen van drieën.
Wij zijn met zijn drieën.
Het is een beetje over drieën.
We verdeelden het geld eerlijk tussen ons drieën.
Verdeel de taart onder jullie drieën.
Verdeel de cake tussen jullie drieën.
We zullen met z'n drieën zijn: jij, Anna en ik.
Snijd de pizza in drieën.
Zijn jullie drieën broers?
Jullie boffen echt met z'n drieën.
Hoe hebben jullie drieën elkaar ontmoet?
Tom is de snelste renner van ons drieën.
Tom is de snelste loper van ons drieën.
Tom is de snelste hardloper van ons drieën.
Wij drieën kunnen het goed met elkaar vinden.
We kunnen goed met z'n drieën overweg.
We kunnen goed met z'n drieën opschieten.
Ik wist niet dat jullie drieën vrienden waren.
Veelvoorkomende combinaties met drieën
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- zijn drieën 40×
- met drieën 36×
- z'n drieën 31×
- in drieën 24×
- ons drieën 11×
- jullie drieën 11×
- drieën in 10×
- hun drieën 8×
- van drieën 8×
- drieën een 7×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "drieën" in een zin?
Wat betekent "drieën"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "drieën" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl