Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Geloofde.
Voorbeeldzinnen (20)
Mijn eigen moeder geloofde mij niet eens toen ik het haar als 11-jarige vertelde, Later een paar jaar voor haar dood (94 was ze) geloofde ze me wel en dat was erg belangrijk voor mij.
Hoewel hij op ethische gronden geloofde in de vrije wil, geloofde hij niet dat er vanuit wetenschappelijk standpunt enig bewijs voor was, en zijn eigen introspecties konden dit evenmin onderschrijven.
Ook kwamen de schrijvers van het bezwaarschrift op voor niet-christenen: iedereen moest zelf uitmaken of hij of zij geloofde en wat die persoon geloofde.
De Boer geloofde erin en daarmee geloofde hij ook te veel in zichzelf, nota bene bij een kick-and-rush-club, met spelers van schoppen en rennen.
Ja want bijna niemand geloofde Hitler, ow wacht grootste gedeelte van Duitsland geloofde hem.
Piet Mondriaan geloofde in ‘absolute liefde’, zoals hij ook geloofde in ‘absolute kunst’.
Hij had, geloofde ik, het recht niet om dat te doen.
Eerst geloofde niemand mij.
Niet iedereen geloofde dat dit een goed plan was.
Toen ik nog klein was, geloofde ik in de Kerstman.
De voorzitster keek alsof ze zijn uitleg niet geloofde.
Ik geloofde het niet.
Ik geloofde dat hij zijn belofte zou houden.
Hij geloofde nooit wat ik hem zei.
Ze geloofde het gerucht niet.
Mijn zoon geloofde me niet.
Tom geloofde niet wat Maria zei.
Net zoals de meeste Inca's, geloofde hij in dit verhaal.
Tot welke leeftijd geloofde jij nog in de Kerstman?
Niemand geloofde Kevin, omdat alles wat hij ooit vertelde sterke verhalen waren.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl