Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Glinsterde.

Glinsterde

Voorbeeldzinnen (18)

De sneeuw glinsterde in de ochtendzon.

Binnen twintig minuten had de dolende topclub een 2-0 voorsprong te pakken, waarbij het ene na het andere puzzelstukje glinsterde.

In plaats van een hoofddeksel droeg hij deze keer een extravagant, op maat gemaakt harnas dat glinsterde en schitterde bij elke beweging die hij maakte.

Met een baldadige buiging − hooguit een lichte ontroering glinsterde in hun blik − nam het trio zondagavond afstand van zijn bekendste formatie.

De steen van haar ring glinsterde me tegemoet.

Hoewel er geen sneeuw lag, glinsterde het oppervlak in het maanlicht.

Het glinsterde nog, je kon het ruiken en het was nog warm.

Het stadion glinsterde in de zon.

In het orkest glinsterde alweer de belofte van nieuwe verwikkelingen op.

Een diepe snee glinsterde in haar hals en tussen haar benen stak nog meer gras omhoog dat in haar kut was geduwd.

De ondergaande zon glinsterde op het water van de Scheldebocht.

Elizabeth werd bleek als een doode; doch dit duurde niet langer dan een oogenblik: de kleur keerde sterker dan ooit op haar gelaat terug, en een straal van blijde hoop glinsterde in haar oogen.

Henriëtte werd bleek en een traan glinsterde in haar oog: ik zag, dat ik juist geraden had.

Toch glinsterde aan de horizon een veelbelovend visioen van een paradijs in Guyana: Willoughbyland.

Waar de sneeuw donderdagmiddag bij een temperatuur vlak onder nul nog mooi glinsterde, daar was het vrijdag met oplopende temperaturen al snel gedaan met de glans.

Met oogjes die glinsterde van genot ontdeed hij de paling van de verpakking.

Op het altaar glinsterde de buit.

Ook hield ze regelmatig indrukwekkende diners waar het glinsterde van het goud, zilver en diamanten die waren verwerkt in kleding, borden, kroonluchters en nog veel meer.