Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Groothandelaar.

Groothandelaar

Groothandelaar | Groothandelaars

Groothandelaar betekenis

een handelaar die zijn producten van fabrikanten koopt en doorverkoopt aan o.a. kleinhandelaars | een bedrijf dat zich richt op de koop van producten van fabrikanten en doorverkoopt aan o.a. kleinhandelaars

Synoniemen van Groothandelaar

Voorbeeldzinnen (20)

De distributeur en groothandelaar, die zich bezighoudt met bevoorrading van cruiseschepen en luchthavens, ziet topman Tako de Haan en vicevoorzitter van de raad van commissarissen Willem Blijdorp per direct vertrekken.

De distributeur en groothandelaar stelde de publicatie eerder nog uit, nadat topman Tako de Haan en vicevoorzitter van de raad van commissarissen Willem Blijdorp waren opgestapt vanwege kwesties rond mogelijke belangenverstrengeling.

Een van hun klanten is de FM Group, een groothandelaar in bloemen en planten.

De Nederlandse groothandelaar blijft in de running om bijna alle 11 Belgische Metro-winkels, onderdelen van het Makro België, over te nemen.

Gasum, een groothandelaar in gas van de Finse overheid, levert vanaf nu gas uit andere landen via een pijpleiding die Finland met Estlan.

Voor de fabrikant die zijn sportschoenen bij een groothandelaar aflevert, is er vrijwel geen verschil tussen een online of een winkelverkoop.

Aangezien rhodium extreem zeldzaam is, gaat het meestal om fysieke transacties tussen de groothandelaar en de industrie.

Bij Huisman Vuurwerk gaat de verkoop van ‘als een dolle’ en ook groothandelaar Broekhoff Vuurwerk International ziet een ‘significante stijging’ van de verkoop van het lichte vuurwerk.

De hoogte hiervan hangt af van het aantal kleine concurrenten dat de groothandelaar helpt.

De eersten werkten voor een opdrachtgever, een groothandelaar of fabrikant, en de tweede categorie kocht zelf de goederen in en moest dus kapitaalkrachtig zijn.

Enkele minuten later heeft hij tienduizend bossen bananen en hij is groothandelaar.

Het idee voor een verzamelgebouw kwam van de groothandelaar Frits Pot die zich realiseerde dat één groot gebouw eerder een "(her)bouwvergunning" zou krijgen dan tientallen kleinere pandjes van elke grossier afzonderlijk.

Het verschil met een groothandelaar is niet altijd scherp te omschrijven.

Dat is een groothandelaar in aardgas en groen gas.

De Amerikaanse groothandelaar Thomas Sullivan bedacht in 1903 bij toeval het theezakje.

De groothandelaar verkocht ruim 300 ton paardenvlees als rundvlees.

De medewerkers van groothandelaar in geneesmiddelen Febelco in Zolder zijn vandaag niet aan de slag.

Op de zakelijke markt echter is het bedrijf daarentegen een groothandelaar in diensten voor derden.

Voor mij lijkt het wel wat voor Eren om groothandelaar in Nederlandse kaas te worden, volvette Edammer meer bepaald.

De detailhandel betrad hij pas in 1997, toen hij de overstap maakte naar groothandelaar Makro.