Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Grossier.
Grossier
Gerelateerde woorden
Grossier betekenis
iemand die in het groot verkoopt, een groothandelaar
Synoniemen van Grossier
Voorbeeldzinnen (20)
Ik grossier niet zo in uitgesproken meningen over heikele thema’s als racisme.
Floris Maljers, in 1933 geboren in Middelburg, was de kleinzoon van een kruidenier en de zoon van een grossier.
Mijn God, grossier je tegenwoordig in dooddoeners Kuif?
Door de boycot van diverse landen van de Spelen in Moskou ontbrak ook Japan, normaal de grootste grossier van de medailles, bij het judotoernooi.
Het familiebedrijf groeide uit tot een grossier in voedingswaren.
Het idee voor een verzamelgebouw kwam van de groothandelaar Frits Pot die zich realiseerde dat één groot gebouw eerder een "(her)bouwvergunning" zou krijgen dan tientallen kleinere pandjes van elke grossier afzonderlijk.
Hij was koopman en grossier van beroep.
Hij was leder- en confectiefabrikant, later grossier in fietsen, in Groningen.
Sieling was koopman, grossier in feestartikelen, in Groningen totdat hij in augustus 1942 werd benoemd tot burgemeester van Usquert door de Commissaris-generaal voor Bestuur en Justitie.
Bel even het NRC of die ander grossier in stemmingmakerij nieuws de VK en geef je rijtje door met klakkeloos door de politie neergeschoten mensen.
Na opheffing van de Oisterwijse zaak vertrok hij naar Den Bosch en later vestigde hij zich in Tilburg als grossier in gloeilampen en later in 1948 had hij een kleinhandel in textielgoederen.
Uiteindelijk ruimde hij na de Fortuyn-revolutie het veld en werd hij grossier in commissariaten bij prominente Nederlandse multinationals.
Duitsland, de ene aanslag na de andere, Brussel, inmiddels grossier in aanslagen (net als GB) en hier, hier gebeurt niks.
Deze laatste groep is meer bezig als grossier en groothandelaar, en neemt voor een groot deel haar landbouwproducten af van de Haïtianen.
Hij trok het land in als grossier van koffie, anders dan toen gebruikelijk was met de plaatsgebonden branderijen.
En leuk die vrolijke, energieke nieuwkomer die er iets van probeert te maken, maar zich schaamt omdat de Nederlandse taal maar niet wil lukken, ook vanwege Arabische klandizie en grossier.
Ongenadig hard is de val van Charles Langereis, advocaat, fiscalist en grossier in bijbanen in het bedrijfsleven en bij de rechterlijke macht.
De grossier heeft aangifte gedaan bij de politie.
Mogelijk betreft het een zoon van Leo Joosten, die in deze jaren in een zijstraat van de Lomstraat grossier in rookartikelen is (Helschriksel nr. 7).
Voor het merk Present Time, een internationale grossier in interieurproducten, heb ik een brunchcollectie ontwikkeld.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl