Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Haatte.

Haatte

Voorbeeldzinnen (20)

Hij haatte alles wat ook maar met de Mishimas te maken had: Hij haatte Heihachi, zijn vader, Jinpachi, Mishima Zaibatsu en meer.

Liz haatte Marie omdat ze met Neil getrouwd was en Marie haatte Liz omdat ze wist dat Neil nog van haar hield.

Ze haatte haar echtgenoot.

Zij haatte hem intens.

Hij haatte liegen.

James Madison haatte het idee.

Hij haatte de school.

Mijn stiefvader haatte me.

Tom haatte zijn leven lang honden en katten.

Je zei dat je Tom haatte.

Sami haatte gay mensen.

Niemand haatte mijn land.

Tom haatte Maria.

Ik wist niet dat Tom me haatte.

Zij haatte haar wiskundeleraar.

Mijn wiskundeleraar haatte mij.

Vroeger haatte ik het leven in Boston.

Sami haatte Layla haar chihuahua.

Ze haatte vleermuizen.

Ze haatte hem.