Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Hoffelijkheid.
Hoffelijkheid
Gerelateerde woorden
Hoffelijkheid betekenis
belleefdheid, galanterie, vriendelijkheid
Voorbeeldzinnen (20)
De Meester wikkelde zich in zijn mantel, boog zich op een hoogmoedige manier over Lucy, mompelde een paar woorden van hoffelijkheid, die zo onduidelijk klonken alsof ze met tegenzin werden geuit. En terwijl hij hen de rug toekeerde, verdween hij eensklaps in het struikgewas.
Beschaving hangt altijd meer af van hoffelijkheid dan van de waarheid.
Ik moet zeggen dat ik je hoffelijkheid bewonder.
Deze slow tv vol ongemakkelijke Koreaanse hoffelijkheid en harde, respectvolle rondjes knokken mag niet worden geamerikaniseerd, laat staan vervlaamst.
Ik vind hoffelijkheid geen bijkomstigheid, maar een levenshouding die je zo lang mogelijk vol moet houden.
Met een beetje hoffelijkheid en fatsoen kom je verder en maakt de omgang in het dagelijks leven bovendien een stuk prettiger.
Hou voor ogen dat een hofdame toch vooral als taak heeft de hoffelijkheid te garanderen.
Kom daar maar eens om bij de Hollandse man, zoveel hoffelijkheid!
De schepen maant de bestuurders wel aan tot hoffelijkheid: “Respecteer de officiële omleidingen en de snelheidsbeperkingen in de buurt.
Het lijkt of dit land dit allemaal niet meer aankan, softies waar waarheid wordt weggemoffeld om de zogenaamde hoffelijkheid, het blijven ratten.
Hij blijft naar eigen zeggen "uit bescherming en hoffelijkheid" een mondmasker dragen op drukke plekken.
Meisjes benadert hij met een opvallende hoffelijkheid; hij maant hen aan niet lichtzinnig om te gaan met hun lichaam - hun ‘tempel van God’.
Zoals veel van zijn collega’s was Neyts het afgelopen anderhalf jaar altijd een baken van inzicht, kalmte en hoffelijkheid.
De Beringse schepen vraagt daarom meer hoffelijkheid van wandelaars en fietsers.
Thomas Letsch, vol Duitse hoffelijkheid, noemde AZ ’een absolute topploeg’.
Wel was er voldoende hoffelijkheid onder de skaters, zodat degenen die al langer in het park bezig waren snel plaatsmaakten voor andere sportievelingen.
Het woord verwijst bovendien naar een omheinde ruimte waarbinnen men zich veilig kan voelen en naar hoffelijkheid en zorg.
Monarchieën hadden een sterke drang naar gebiedsuitbreiding (p191) : Aan het hof heerste een gekunstelde hoffelijkheid, de hovelingen waren lui, ijdel, kruiperig, hebzuchtig en ontrouw, de koninklijke commissarissen kon je niet vertrouwen.
Ottey gaf aan dat ze alleen wilde starten in het estafetteteam, als ze ook de 100 m mocht lopen in plaats van een andere atlete, een vorm van hoffelijkheid die wel vaker voorkwam.
Daar is iedere vorm van hoffelijkheid of zorgvuldig taalgebruik zoek.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl