Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Huishouden.

Huishouden betekenis

een grote rommel of vernietiging achterlaten | de huishouding doen | een groep van één of meer samenwonende mensen die samen een economische eenheid vormt

Synoniemen van Huishouden

Voorbeeldzinnen (20)

Bij Rey de Carle is dat voor het eerste kind uit één huishouden € 23.- per kwartaal, voor het tweede kind uit één huishouden € 21.- per kwartaal en voor het derde en alle volgende kinderen uit één huishouden € 19.- per kwartaal.

Ik heb het gevoel dat sinds hij op het toneel is verschenen - zelfs nadat hij president is geworden - het is alsof een mishandelende ouder een huishouden regeert, alleen is het niet slechts één huishouden, maar het hele land", zegt de acteur.

Stopt een huishouden ermee, dan zoekt de SKO een vergelijkbaar nieuw huishouden.

Want een 1 persoons huishouden zal veel minder verbruiken als een meerpersoons huishouden.

Met Klender heb je een voor je hele huishouden waar iedereen in je huishouden lid van kan worden.

Overigens vindt de Commissie dat lidstaten de bijstand niet aan één persoon in het huishouden (vaak de man) moeten verstrekken, maar aan alle volwassenen in dat huishouden.

En Sleeswijk-Holstein wil de contactbeperkingen - een huishouden mag slechts met 1 persoon uit een ander huishouden samenkomen - niet laten gelden voor kinderen onder de 15 jaar en voor mensen die een familielid verzorgen.

Onder de huidige regels mag je namelijk alleen nog naar buiten met mensen van het eigen huishouden, of met één persoon van buiten het eigen huishouden.

Ook kunnen zij zonder mondkapje een ander huishouden bezoeken, ook als de leden van dat huishouden niet gevaccineerd zijn (dit geldt alleen als deze mensen geen verhoogd gezondheidsrisico lopen).

Dat is royaal meer dan een gemiddeld huishouden per jaar doet (13.000 km per auto per jaar x 1,2 auto’s per huishouden).

Deze coëfficiënt loopt van 0 tot 1. Bij een Gini-coëfficiënt van 0 heeft ieder huishouden evenveel vermogen, bij een Gini-coëfficiënt van 1 heeft één huishouden alles.

Het aantal contacten blijft voorlopig ook op maximaal vijf, en elk huishouden mag maximaal één ander huishouden tegelijk ontmoeten.

Het begin van een reeks in meestal een huishouden dat geen woning achterlaat, dus een starter, het einde van de reeks ontstaat indien een huishouden geen volgende woning betrekt, vooral door overlijden of samenwonen.

Het doel van een equivalentieschaal is om het besteedbare inkomen van een huishouden te vertalen naar het gestandaardiseerde inkomen van de leden van dat huishouden.

In 1950 had het doorsnee huishouden nog meer dan 3 mensen, dus is net als in de rest van Europa, ook hier het aantal mensen per huishouden verminderd.

Veel mannen hebben een marginale rol in het huishouden; het zijn de vrouwen die voor de kinderen zorgen en het huishouden doen.

Het besteedbaar inkomen van een huishouden gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden.

Mantelzorgers kunnen deze ondersteuning inschakelen voor het huishouden van de zorgvrager of voor het eigen huishouden.

Tanta Mona heeft het over een gemiddeld huishouden van 2 personen en de PVV over een gemiddeld huishouden van 3 personen.

Aalsmeer berekent de belasting middels de grootte van de afvalcontainer, de andere gemeenten per huishouden één persoon en per huishouden meerdere personen.